| In februari en maart heeft Greenpeace op 47 plaatsen in
Nederland regenwater verzameld, waaronder op 23 middelbare scholen. Het
regenwater is door TNO-MEP
geanalyseerd en op 26 mei heeft Greenpeace de onderzoeksresultaten
bekendgemaakt.
In ons hele land blijken giftige en moeilijk afbreekbare
stoffen in het regenwater voor te komen. In de buurt van productielocaties
komen extra hoge concentraties voor. Piekconcentraties zijn gemeten op een
school in Terneuzen waar 2000 nanogram per liter hexabroomcyclododecaan
– een brandvertrager die wordt gebruikt als vervanger voor
polybroombifenylethers – is aangetroffen. In Vlaardingen zijn in het
regenwater hoge concentraties weekmakers aangetroffen. De hoogste gemeten
concentratie di-isodecylftalaat liep daar op tot 100.000 nanogram per
liter. In reactie op het Greenpeace-onderzoek laat de chemische industrie
weten dat het om extreem lage concentraties gaat en dat de schadelijkheid
voor mens en dier niet afhankelijk is van de giftigheid van een stof, maar
van de dosis.
Actie tegen persistente
organische stoffen (POPs)
Het onderzoek van Greenpeace maakt onderdeel uit van een mondiale actie
tegen persistente organische stoffen (POP's). Greenpeace vindt dat deze
stoffen niet in het milieu thuis horen omdat we niet precies weten welke
invloed deze stoffen op mens en dier hebben, pleit de milieuorganisatie
voor een preventief productieverbod. Bij de aanbieding van het
onderzoeksrapport op 26 mei aan milieustaatssecretaris Van Geel riep
Greenpeace de industrie op snel over te stappen op niet-schadelijke
alternatieven.
Vijf soorten POP's
Greenpeace heeft TNO-MEP de regenwatermonsters laten analyseren op vijf
types persistente stoffen: bisfenol-A, alkylfenolen en ethoxylaten,
weekmakers, brandvertragers en synthetische musk-verbindingen. Uit het
onderzoek blijkt dat alle individuele stoffen, met uitzondering van de
gebromeerde brandvertragers, veelvuldig voorkomen en op de meeste locaties
worden aangetroffen. Greenpeace concludeert daaruit dat 'de stoffen lekken
uit de dagelijkse producten waarin ze zijn verwerkt'. Daarnaast duiden de
piekconcentraties op een directe relatie met de fabrieken waar de stoffen
worden geproduceerd. Zo worden veel broomhoudende stoffen gemeten in
Terneuzen in de buurt van Broomchemie, weekmakers worden gevonden in
Vlaardingen bij Exxon en in Coevorden bij Forbo Novilon, en
musk-verbindingen laten zich zien in Barneveld bij PFW Aroma Chemicals.
Risico's
en maatregelen
Het risico van POP's zit hem vooral in het feit, dat ze lange afstanden
afleggen in het milieu en zich ophopen in het vetweefsel van mens en dier,
waar ze vaak hormoonverstorend werken. Door deze risico's eist Greenpeace,
dat er snel een verbod komt op de productie en het gebruik van alle
stoorten POP's en dat de Nederlandse regering zich op Europees niveau hard
maakt voor alternatieven voor deze stoffen. Dit laatste met het oog op het
nieuwe Europese chemicaliënbeleid dat nu ontwikkeld wordt.
Toxicologisch van geen enkele
betekenis
Stafmedewerker drs. Dirk van Well van de Vereniging Nederlandse chemische
industrie (VNCI), die het stoffenbeleid in zijn portefeuille heeft, zet
grote vraagtekens bij de inhoud en de toon van het Greenpeace-rapport.
"In de eerste plaats kun je door de voortschrijdende analysemethoden
steeds lagere concentraties meten. Maar dat zegt natuurlijk helemaal niets
over de eventuele giftigheid. Daarbij gaat het om de dosis die mensen en
dieren kunnen binnenkrijgen. Zelfs als iemand dertig jaar lang twee liter
regenwater per dag zou drinken, zijn de aangetroffen concentraties zo laag
dat ze toxicologisch gezien van geen enkele betekenis zijn", aldus
Van Well.
Niet allemaal POP's
Verder is de kritiek van de industrie dat de gemeten stoffen niet allemaal
POP's zijn. Zo laat de Nederlandse vereniging voor geur-en smaakstoffen
weten dat veel van de musk-verbindingen die in het regenwater zijn
gemeten, goed afbreekbaar zijn. De vereniging verbaast wel zich over de
aanwezigheid van musk-ambrette. Die stof heeft de branche op eigen
initiatief al in 1986 verbannen.
Het Europese platform voor de broomindustrie heeft in een reactie laten
weten dat er een onderzoek wordt gestart naar de situatie rond de
broomfabriek in Terneuzen. Er zal gekeken worden of er aanleiding is voor
extra maatregelen voor reductie van de luchtemissies.
Andere POP's al in de ban
De discussie over persistente stoffen heeft al geleid tot de uitbanning
van 12 stoffen. Twee jaar geleden hebben 100 landen de Stockholm Conventie
ondertekend waarin voor 2004 een productieverbod is afgesproken voor
aldrine, chlordane, PCBs, DDT, dieldrine, endrine, heptachloor, mirex,
toxafeen, hexachloorbenzeen, dioxines en furanen. Ook bij het vaststellen
van lozingsnormen voor de Europese Kaderrichtlijn Water wordt gesproken
over een nullozing voor een aantal persistente stoffen.
De onderzoeksrapporten van Greenpeace (Onzichtbare Chemie) en van TNO-MEP
(Hazardous chemicals in precipitation) zijn te downloaden (als pdf-files)
op de site van Greenpeace.

Actievoerders van Greenpeace nemen
monsters om de aanwezig van giftige stoffen in regen aan te tonen
Meer weten over deze en andere acties van
Greenpeace? Kijk op www.greenpeace.nl
|