Let op: De opmaak van
de top 10 is gebaseerd op aantal doden en gewonden, gezondheidseffecten,
(blijvende) schade en berichtgeving in de media van de betreffende
milieurampen. Hieruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de ene
milieuramp ernstiger is dan de andere.
Antropogene milieurampen
1.
Bhopal: het gaslek van Union Carbide
2.
Chernobyl: ontploffing kerncentrale in Rusland
3.
Seveso: de dioxinecrisis in Italië
4. De
smogramp van Londen
5.
Grote oliecrisissen in de 20ste en 21ste eeuw
6. De
chemische stortplaats van Love Canal
7.
Cyanide lozing bij Baia Mare
8. De
BSE-crisis in Europa
9.
Afvalwaterlozing in Spanje
10. De
bijna-nucleare ramp van Three Mile Island
1. Bhopal: het gaslek van Union Carbide
Veel
inwoners van de stad Bhopal in Madya Pradesh county, India, herinneren
zich nog goed wat er gebeurde op 3 december 1984. Kort na middernacht
ontsnapte een gaswolk uit de pesticidenfabriek van Union Carbide Ltd.
(UCIL). De wolk bevatte 15 ton methyl isocyanaat (MIC), en bedekte een
gebied van meer dan 30 vierkante kilometer. Door het gaslek werden circa
4000 bewoners meteen gedood, en hadden tussen de 50.000 en 500.000
mensen last van klachten zoals longoedeem. In het jaar volgende op de
ramp vonden nog eens 15.000 mensen de dood. Momenteel hebben nog
ongeveer 100.000 mensen last van gezondheidsklachten als gevolg van de
gaswolk. Onderzoek van de BBC in 2004 heeft uitgewezen dat nog steeds
mensen ziek worden ten gevolge van de verontreiniging, en ieder jaar
overlijden tussen de vijf en tien mensen. Het gaslek bij Union Carbide
staat nu bekend als een van de ernstigste milieurampen in de
geschiedenis.
(Let op dat het aantal doden en gewonden geen absoluut kloppend
nummer is. Iedere organisatie beschrijft een verschillend aantal
slachtoffers in boeken of op hun website. Het is opvallend dat Union
Carbide op de website een veel lager aantal slachtoffers noemt.)
Na de ramp is de toedracht van het gaslek onderzocht. Daaruit bleek dat
op de een of andere manier vocht in de MIC opslagbassins terecht was
gekomen. Dat leidde vervolgens tot een exotherme reactie waarbij een
grote hoeveelheid giftig gas naar buiten lekte. Normaal gesproken zouden
scrubbers het ontsnapte gas opvangen, maar deze waren juist uitgezet
voor reparatie.
Onderzoek heeft uitgewezen dat men zich niet aan de geldende
veiligheidsprocedures had gehouden. Er waren geen kleppen die water
tegenhielden, zodat het niet de bassins in zou lopen. De koelinstallatie
en de ontgassing werkten niet, waardoor het ontsnapte gas niet werd
weggevangen (Fig. 1). De fabriek van Union Carbide in Bhopal was erg
onveilig, vergeleken met fabrieken op andere locatie. Wegens
bezuinigingen werden veiligheidsprocedures genegeerd.

Figuur 1: overzicht van oorzaken van de Bhopal ramp
(Bhopal Medical Appeal, 2002)
Union Carbide werd beschuldigd van opzettelijk negeren van de juiste
veiligheidsmaatregelen. Tijdens rechtszaken voor compensatie van de
slachtoffers kwam naar voren dat het bedrijf regelmatig ongeteste
apparatuur gebruikte in de fabriek in Bhopal. Nadat het gas was ontsnapt
werden dokters onvoldoende geïnformeerd over de samenstelling van het
gas. Veel slachtoffers kregen daardoor een onjuiste behandeling, en er
werden onvoldoende noodmaatregelen getroffen.
De directeur van Union Carbide, Warren Anderson, werd beschuldigd van
dood door schuld. Hij verscheen echter niet voor de rechter en zowel
India als Amerika namen onvoldoende maatregelen om een eerlijk proces
van deze man te garanderen. Milieuorganisaties organiseerden
protestmarsen om de aandacht hierop te vestigen.
Union Carbide ontkende elke verantwoordelijkheid voor het incident. Op
de website staat de volgende verklaring:
“De fabriek in Bhopal was eigendom van Union Carbide India, Ltd.
(UCIL), een bedrijf uit India waarvan Union Carbide slechts de helft van
de aandelen bezit. Andere aandeelhouders zijn onder andere financiële
organisaties, en duizenden private investeerders uit India. De fabriek
is ontworpen, gebouwd en onderhouden door UCIL met behulp van Indiase
adviseurs en medewerkers.”
Over de toedracht van het ongeluk beweren zij:
“Het ingenieurs- en adviesbureau van Arthur D. Little heeft een
uitgebreid onderzoek uitgevoerd. De conclusie luidde dat het gaslek
alleen een gevolg kan zijn van opzettelijke sabotage. Iemand heeft met
opzet water in de opslagbassins laten lopen, waardoor de bekende
chemische reactie optrad. Er waren veiligheidssystemen aanwezig die
voorkwamen dat water per ongeluk in de bassins kon lopen.”
Na
een langdurig proces werd in februari 1989 uiteindelijk een schikking
getroffen. Union Carbide beloofde 470 miljoen dollar aan compensatie te
betalen. Slechts een klein deel van het geld is uitbetaald aan de
overlevenden van de ramp. Union Carbide beweert op de website dat het
volledige bedrag aan de overheid van India is uitbetaald binnen 10 dagen
nadat het vonnis getekend was. In 2004 dwong de Hoge Raad de Indiase
overheid om de overige 330 miljoen vergoeding aan slachtoffers en
familie van slachtoffers te betalen.
Union Carbide verkocht de fabriek in India aan een producent van
batterijen. In 2001 nam Dow Chemicals de fabriek over. De overname
mondde uit in een brede discussie over verantwoordelijkheid voor het
opruimen van de restverontreiniging van de milieuramp in 1984.
Milieuactivisten proberen Dow over te halen om alle giftige chemicaliën
aanwezig op de locatie op te (laten) ruimen. Ze willen voorkomen dat
mensen jaren na het ongeluk last krijgen van zenuwafwijkingen, lever- en
nierziekten, en kanker.
Momenteel is de locatie in Bhopal verontreinigd met duizenden tonnen
giftige stoffen, zoals hexachloorbenzeen en kwik. De chemicaliën zijn
opgeslagen in open vaten. Bij regen sijpelen de stoffen weg, en komen ze
in het drinkwater terecht. Volgens de BBC bevatten enkele
drinkwaterputten tot 500 keer de normale hoeveelheid aan verschillende
chemicaliën. Veel inwoners van de streek hebben te kampen met ziekten
die niet veel voorkomen in schone gebieden ver van Bhopal vandaan.
2. Chernobyl: ontploffing kerncentrale in Rusland
Op
26 april 1986 werden testen uitgevoerd in reactor 4 van de kerncentrale
Chernobyl in de Oekraïne, 130 kilometer van Kiev. Voor de testen werd
een deel van het beveiligingssysteem stilgelegd. Fouten in het ontwerp
van de reactor en vergissingen van het personeel zorgden ervoor dat het
koelwater begon te koken. De energie productie in de reactor steeg tot
tien keer het normale niveau, en temperaturen stegen tot boven 2000oC.
Gevolg was dat de brandstofleidingen smolten, en het water nog verder
ging koken.
Extreem hoge druk in de koelwaterleidingen veroorzaakte scheurtjes,
waardoor stoom ontsnapte. Om 1.23 uur ’s nachts resulteerde de gloeiende
hete stoom in een explosie, waardoor het dak van de reactor werd
geblazen en een enorme brand ontstond. Een stofwolk met 185 tot 250
miljoen curie radioactief materiaal ontsnapte naar de atmosfeer.
Eenendertig mensen kwamen om door de explosie en de daaropvolgende
brand. Twee dagen na de ontploffing was op de Zweedse radio te horen dat
10.000 keer de normale hoeveelheid cesium 137 in de atmosfeer gemeten
had. Moskou werd opgeroepen hierop te reageren. De volgende dag werden
135.000 mensen in een straal van 30 km rond de reactor geëvacueerd. Het
gebied werd de ‘speciale zone’ genoemd. Deze werd permanent geëvacueerd,
omdat het gebied nog eeuwenlang radióactief zal blijven.
De radioactieve wolk werd naar het noorden en noordwesten verplaatst
door de wind, en daardoor was Zweden als een van de eersten op de
hoogte. De wolk dreef over een groot deel van Europa. Op 2 mei werd
zelfs radioactief stof in Nederland gemeten, waardoor de consumptie van
vers fruit en verse groenten aan banden werd gelegd.
Verschillende schattingen zijn gemaakt van het aantal slachtoffers van
radioactieve straling. Nog steeds ontbreken betrouwbare gegevens. De WHO
geeft aan dat ongeveer 800.000 mensen betrokken zijn geweest bij het
blussen, opruimen van verontreiniging en inpakken van de reactor in het
eerste jaar na de ramp. Alle personeel verblijf maar korte tijd in het
gebied, om het gezondheidsrisico te verkleinen. Statistieken van de
regering van de Oekraïne tonen aan dat minstens 8000 mensen die hielpen
met de opruiming zijn gestorven aan stralingsziekte. Het uiteindelijke
dodental van de ramp wordt geschat op tussen de 30 en 300.000, en soms
zelfs op meer dan 40.000.
Mensen
die tijdens de ramp in de omgeving van Chernobyl woonden ondervinden
verschillende gezondheidsproblemen. Meteen na het ongeluk werd duidelijk
dat honderden mensen stralingsziekte hadden. Vooral in Wit Rusland is
het aantal gevallen van schildklierkanker en leukemie sterk toegenomen,
met respectievelijk 2,4% en 100%.
Het aantal geboorteafwijkingen bij kinderen van Chernobyl slachtoffers
is 250% hoger dan voor de ramp. Gevolgen zijn een hoger voorkomen van
kanker en hart- en vaatziekten. Ongeveer 64% van alle Oekraïense
kinderen die kanker hebben wonen in de meest verontreinigde gebieden.
Genetische afwijkingen resulteren vaak in mutaties, waardoor ledematen
ontbreken (zie foto).
De snelle toename van ziekten is het gevolg van blootstelling van de
bevolking aan agressieve radioactieve deeltjes die bij de explosie van
de kerncentrale zijn vrijgekomen. Vier gevaarlijke stoffen kwamen vrij,
en het voornaamste probleem is dat ons lichaam deze niet als gevaarlijk
ziet:
- Plutonium
wordt door het lichaam herkend als ijzer, en getransporteerd met het
bloed. De stof veroorzaakt kanker en bloedziekten. Het half leven van
plutonium is 24.400 jaar, en het zal nog eeuwenlang aanwezig zijn in de
speciale zone.
- Cesium 137
wordt door het lichaam herkend als kalium en in de spieren opgenomen
- Jodium 131
wordt door het lichaam niet herkend als radioactieve stof en wordt
daarom net als onschadelijk jodium opgenomen in de schildklier. Het
veroorzaakt schildklierkanker, vooral bij kinderen tussen 0 en 18 jaar
oud. Een operatie kan de ziekte genezen, maar het laat wel een litteken
achter dat bekend staat als de ‘Witrussische Ketting’, waardoor iemand
voor zijn leven als Chernobyl slachtoffer kan worden geïdentificeerd
- Strontium
90 wordt door het lichaam herkend als calcium en veroorzaakt
leukemie als het in de botstructuur wordt opgenomen
Regeringen in de regio schatten dat minstens 7 miljoen mensen gevolgen
van de ramp ondervinden. Vier jaar na de ontploffing werden 627.000
Sovjets regelmatig gecontroleerd op symptomen en effecten van
stralingsziekte. Het aantal slachtoffers dat de ramp uiteindelijk zal
veroorzaken wordt wel geschat op 11 keer het aantal kanker slachtoffers
van de nucleaire bombardementen in Hiroshima en Nagasaki in 1945.
momenteel wonen waarschijnlijk meer dan 4 miljoen mensen in de Oekraïne,
Wit-Rusland en West-Rusland nog op verontreinigde grond.
Gezondheidseffecten door de ramp en de angst om alsnog te sterven
veroorzaken geestelijke problemen bij kinderen. Het zelfmoordcijfer van
de regio is met 1000% toegenomen.
Na
de explosie in november 1986 werd reactor 4 ingepakt in een betonnen
sarcofaag (zie foto), om de omgeving te beschermen tegen verdere
radioactiviteit. Na enige tijd zijn de andere drie reactoren weer in
werking gesteld. In 1989 werd besloten de constructie van een vijfde en
zesde reactor op te schorten. Er ontstond discussie over de veiligheid
van de sarcofaag om reactor 4. op de lange termijn is deze niet erg
stabiel, en velen menen dat hij moet worden vervangen. Het is bekend dat
de vervanging op korte termijn moet gebeuren, omdat de sarcofaag nu
radioactieve straling lekt. Over 1000 vierkante kilometer zijn gaten en
scheuren in de structuur ontstaan. Door de intense hitte in de reactor
(meer dan 200 graden) zullen alleen maar meer gaten en scheuren
ontstaan.
De vervanging van de sarcofaag is een erg dure aangelegenheid en staat
daarom nog steeds ter discussie. Het is nog onzeker of er wel een
constructiemethode bestaat die de omgeving permanent tegen de straling
uit reactor 4 beschermt.
Naar aanleiding van de ramp in Chernobyl probeerden internationale
organisaties de Oekraïense overheid over te halen om de overige
kernreactoren te sluiten. Dat bleek echter nadelig voor het land, omdat
ongeveer 5% van de total energie door de reactoren werd geproduceerd.
Uiteindelijk werd besloten dat de kerncentrale in de winter van 2000 zou
worden gesloten. Ondanks protesten van de regering werden de reactoren
gesloten in december 2000.
Gevaarlijke stoffen uit de reactor verspreiden zich nog steeds door
bosbranden en weersomstandigheden, waardoor bodem, water en lucht steeds
opnieuw verontreinigd worden. Nieuwe stralingsplekken in de Oekraïne en
Wit-Rusland worden nog steeds ontdekt, en dit zal blijven voortduren tot
halverwege de 21ste eeuw. Een 20.000 ton zware stalen constructie staat
op het programma, om de lekkende sarcofaag rond reactor 4 te vervangen.
Wanneer alles volgens de planning verloopt zal deze in 2007 gereed zijn.
3. Seveso: de dioxinecrisis in Italië
Op
10 juli 1976 ontplofte een TCP (2,4,5-trichloorfenol) reactor van het
chemische bedrijf ICMESA in Meda, Italië. Een giftige gaswolk met hoge
concentraties TCDD (een dioxine) ontsnapte naar de atmosfeer.
Benedenwinds van de fabriek verontreinigde de dioxinewolk een
dichtbevolkt gebied van 6 km lang en 1 km breed, waardoor veel dieren
onmiddellijk de dood vonden. Het nabijgelegen dorp Seveso werd
behoorlijk getroffen, daarom werd het ongeluk de Seveso ramp genoemd. In
totaal werden 11 gemeenschappen getroffen.
Door de media wordt Seveso in een adem genoemd met grote rampen als
Bhopal en Chernobyl, en is daardoor een internationaal symbool geworden
van industrieel gerelateerde ziekten. Bij Seveso werd echter wel sneller
gehandeld toen de dioxinewolk was ontsnapt, omdat eerdere ongelukken met
dioxine hadden uitgewezen hoe gevaarlijk het is. Verontreinigde gebieden
werden uitgebreid onderzocht, en vervuilde grond werd afgegraven en
elders behandeld. Gezondheidseffecten werden onmiddellijk aan de
dioxinecrisis verbonden en de slachtoffers ontvingen schadevergoeding.
Men zette een lange termijn plan voor monitoring van de gezondheid van
de slachtoffers op. De meeste Seveso slachtoffers hadden last van
chlooracne, een zichtbare gezichtsafwijking (zie foto), maar ook van
genetische problemen.
Het
Seveso incident en de onmiddellijke reactie van de autoriteiten was de
directe aanleiding voor nieuwe Europese regelgeving voor preventie van
en omgang met zware ongelukken waarbij giftige stoffen vrijkomen. Deze
regelgeving staat nu bekend als de Severso richtlijn. Het is een
centrale richtlijn voor industriële veiligheid binnen Europese landen.
Het meest opmerkelijke aan het Seveso incident was dat lokale en
regionale autoriteiten er geen idee van hadden dat de fabriek een risico
vormde. De fabriek stond al meer dan 30 jaar op dezelfde plaats, maar
men kwam er pas in 1976 achter hoe gevaarlijk dat was. Door middel van
de Europese richtlijn wil men voorkomen dat door onwetendheid in de
toekomst meer ongelukken bij chemische fabrieken gebeuren. In 1982 werd
de richtlijn officieel door de Raad van Ministers van de Europese Unie
aangenomen. Veiligheidsmaatregelen zijn nu verplicht, en het publiek
moet worden geïnformeerd over industriële risico’s. Dat laatste staat nu
bekend als het ‘need to know’ principe.
4. De smogramp van Londen
In december 1952 werd Londen getroffen door zware smog, welke bleef
hangen tot maart 1953. Zachte wind en een hoge luchtvochtigheid vormden
de ideale omstandigheden voor smogvorming. Door de buitengewone kou van
de winter van 1952-1953 was men extra kolen gaan stoken, en veel mensen
gebruikten de auto de hele winter lang. Dit resulteerde in een
combinatie van zwarte roet, plakkerige teerdeeltjes en gasvormig
zwaveldioxide. Het resultaat was de zwaarste episode van winter smog
ooit.
Metingen toonden aan dat de concentratie fijn stof in de lucht boven 56
keer het normale niveau was. Zwaveldioxide concentraties stegen tot 7
keer het maximale niveau. De rookdeeltjes in de smog gaven het een
geelzwarte kleur. Zwaveldioxide reageerde met deeltjes uit mistige
druppels tot zwavelzuur, en een zeer zure regen was het resultaat.
In
de nacht van 5 december was de smog zo dicht dat men slechts enkele
meters ver kon zien. Smog trad gebouwen binnen, en bioscopen, winkels en
theaters werden gesloten. Transport was nauwelijks mogelijk.
Motorvoertuigen gingen in de schuur, treinen werden stilgelegd en
vliegvelden werden gesloten.
De smog kostte aan ongeveer 12.000 mensen het leven, waaronder veel
kinderen, ouderen en mensen met chronische long- of hartziekten. Het
aantal doden per dag tijdens de smogramp was drie of vier maal hoger dan
op een normale dag. De meesten overleden aan longziekten, tuberculose en
hartkwalen. Sterfte aan bronchitis en longontsteking steeg tot zeven
keer het gebruikelijke aantal. Verreweg de meeste mensen stierven aan
het inademen van zure aerosolen, die irritatie van de luchtwegen
veroorzaken. De zuurgraad was niet gemeten, maar men denkt dat de pH
daalde tot beneden 2 tijdens de piekdagen van de smogramp.
Het hoogste aantal doden tijdens de ramp viel op 8 en 9 december; wel
900 mensen per dag. In sommige stadsdelen stegen de dodentallen tot
negen keer het gebruikelijke aantal. Tot de lente bleef het aantal doden
hoog, per week stierven ongeveer 1000 mensen meer dan verwacht zou
worden.
Door de zware vervuiling en het dodental werden mensen zich bewust van
de ernst van verontreiniging. De smogramp in Londen was de directe
aanleiding voor de introductie van de eerste Clean Air Act in 1956.
5. Grote oliecrisissen in de 20ste en 21ste eeuw
Eind 20ste en begin 21ste eeuw zijn wereldwijd een aantal oliecrisissen
geweest.de oorzaken waren ongelukken in de vaart, of oorlogen. Het is
vrijwel onmogelijk te bepalen welke olieramp de meest ernstige gevolgen
had voor het milieu. In onze milieurampen top 10 zullen we een aantal
olierampen opsommen. Allereerst een aantal die behoorlijke aandacht van
de media genoten.
Amoco Cadiz
Op
16 maart 1978 strandde de Liberiaanse tanker Amoco Cadiz op de
Portsall Rocks bij de kust van Bretagne, Frankrijk. De oorzaak was een
defect in het stuurmechanisme. Hoewel kapitein Pasquale Bandari meteen
een signaal voor ‘Niet onder bevel’ doorgaf, vroeg hij geen assistentie
tot ruim een uur later. Tegen die tijd had zijn ingenieur al gemeld dat
de schade onherstelbaar was. De Amoco Cadiz dreef naar de kust en raakte
de bodem, waardoor de romp en de opslagtanks open sprongen.
Alle opvarenden van de tanker werden met een helikopter in veiligheid
gebracht. Niet lang daarna brak het schip in tweeën, waardoor 230.000
ton ruwe olie in de zee en het Engelse Kanaal terechtkwam. De olievlek
verontreinigde ongeveer 300 kilometer kust, vernietigde
visserijplaatsen, oesterbedden en zeewier. De standen van 76 Bretonse
gemeenschappen waren verontreinigd met olie.
Tot twee weken na het ongeluk waren opruimingswerkzaamheden onmogelijk,
door de geïsoleerde locatie van het wrak, en wild water. Door het woeste
water brak het schip uiteindelijk volledig aan stukken, voordat de nog
in het wrak aanwezige olie kon worden verwijderd.
In de jaren 1970 was dit een van de grootste milieurampen ooit. Pas tien
jaar later waren alle resulterende rechtszaken afgerond. In 1988 liet
een rechter de Amoco Oil Corporation 85,2 miljoen dollar aan
schadevergoeding betalen, waarvan 45 miljoen als compensatie voor de
verontreiniging, en 39 miljoen rente.
Piper Alpha
Op
6 juli 1988 vond een ontpolffing plaats op het boorform Piper
Alpha van Occidental Petroleum Ltd. En Texaco in de Noordzee. Piper
Alpha bevond zich op het Piper Olieveld, ongeveer 190 km van Aberdeen in
144 m diep water. Tijdens de explosie waren ongeveer 240 mensen werkzaam
op het platform. De explosie en de brand die volgde doodde 167 van hen
onmiddellijk. Er wordt wel beweerd dat de evacuatie plannen incompleet
waren, en dat daarom geen van de sterfgevallen kon worden voorkomen.
Tegen de tijd dat helikopters ter plaatse waren, hinderden 100 meter
hoge vlammen benadering van het platform. Slechts 62 werkers werden
veilig uit de zee gehaald.
Een nabijgelegen platform dat Tartan heette ging door met het pompen van
gas naar de stroomopwaarts gelegen leidingen van Piper Alpha na de
explosie, omdat men de autoriteit niet had de productie te staken. Zelfs
toen het platform in brand vloog ging men door met pompen. Het
vrijgekomen gas veroorzaakte een tweede explosie, waardoor al snel het
gehele platform in lichterlaaie stond.
Het personeel dat de autoriteit had de Pipr Alpha te evacueren was
tijdens de eerste explosie gedood, omdat de controlekamer werd verwoest.
Daarom probeerden mensen tot uren nadat de brand was uitgebroken nog van
het platform af te komen.
In november 1988 werd het Cullen Onderzoek gestart om de toedracht van
de ramp te achterhalen. Men stelde dat de aanvankelijke explosie werd
veroorzaakt door een gaslek, waardoor aardgas condensaat ophoopte onder
het platform. Het lek zou zijn ontstaan door herstelwerkzaamheden aan
een pomp en veiligheidsklep. Gevolg was ontbranding van olie en het
smelten van de pijpleidingen stroomopwaarts. Piper Alpha’s eigenaar
Occidental werd schuldig bevonden aan het gebruiken van ontoereikende
veiligheidsprocedures.
Exxon Valdez
In
1989 botste de Amerikaanse olietanker Exxon Vladez op het Bligh
koraalrif, waardoor een behoorlijk lek ontstond en olie wegsijpelde. De
tanker had juist de Vladez terminal in Alaska verlaten, en voer door
Prince William Sound. Kapitein Joseph Hazelwood informeerde de kustwacht
dat ze van koers zouden veranderen, om een aanvaring met enkele kleine
ijsbergen te voorkomen. De kustwacht zei de kapitein in noordelijke
richting te varen. Na Busby Island moest de tanker weer naar het zuiden
varen, maar hij keerde niet snel genoeg, waardoor een botsing met het
rif onvermijdelijk was. Tussen de 41.000 en 132.000 vierkante meter olie
lekte het water in, waardoor 1900 km kust werd verontreinigd. Door de
olieramp werden zo’n 250.000 zeevogels, 2800 zeeotters, 250 roofvogels
en 22 walvissen gedood.
Naar aanleiding van het ongeluk betaalde Exxon Mobil 3,5 miljard dollar
schadevergoeding, waarvan 2,1 miljard bedoeld was voor de opruiming van
de olie. Zowel Exxon als de overheid wilden de ramp onderzoeken, vanwege
de grote hoeveelheden geld die deze kostte.
Ironisch genoeg toonden onderzoeken van het NOAA aan dat de meeste
schade niet werd veroorzaakt door de olieramp, maar door de opruiming
van de verontreiniging. Men beweerde dat drukpompen verantwoordelijk
waren voor de meeste sterfte onder vogels en vissen. Op stranden die
niet werden schoongemaakt leek het leven zich na 18 maanden te
herstellen, terwijl dat bij schoongemaakte stranden wel 3 tot 4 jaar
duurde. Olie wordt nog steeds opgeruimd, omdat de publieke opinie nog
steeds stelt dat de beste respons is.
De ramp met de Exxon Valdez kreeg, en krijgt nog steeds, veel aandacht
van de media. Veel mensen herinneren zich de ramp nog. Maar de Exxon
Valdez was niet de grootste olieramp in de geschiedenis. Deze deed zich
voor in de Golfoorlog in 1991.
De Golfoorlog
In
augustus 1990 vielen Irakese troepen Koeweit binnen, en daarmee begon de
Golfoorlog waarin wereldwijd 34 landen betrokken waren. In januari
1991 veroorzaakten Irakese troepen een milieuramp van ongekende
grootte. Zestien kilometer van de kust van Koeweit werd olie vanuit
verschillende tankers in de zee gedumpt, en de kleppen van een
zeeplatform werden geopend. Vervolgens werden 650 oliebronnen in Koeweit
in brand gezet.
Het waarschijnlijke doel van de operatie was om de landing van
Amerikaanse mariniers te voorkomen. Amerika vernietigde eind januari
vanuit de lucht een aantal olieleidingen om verdere verontreiniging van
de Golf te voorkomen. Het leek echter weinig uit te halen. Ongeveer 1
miljoen ton ruwe olie was al in de Golf terechtgekomen, en daarmee was
dit de grootste olieramp uit de geschiedenis. In de lente van 1991
stonden nog 500 oliebronnen in brand, en pas in november was de laatste
brand geblust.
De olieramp had onbeschrijflijke gevolgen voor het leven in de Perzische
Golf (zie foto). Enkele maanden na de ramp waren meer dan 20.000
zeevogels gedood, en waren marine flora en fauna aangetast. De branden
in de oliebronnen stootten grote hoeveelheden roet en toxische stoffen
uit, waardoor de lokale bevolking en de biota nog tot enkele jaren erna
gezondheidsproblemen ondervonden. De verontreiniging was waarschijnlijk
extreem genoeg om lokale weersomstandigheden te beïnvloeden.
Tricolor
In
de vroege uren van 14 december 2002 botste het Noorse schip
Tricolor op het containerschip Kariba van de Bahamas, in het Franse
Kanaal. De toedracht van het ongeluk was een combinatie van mist en
berekeningsfouten. De Kariba was zwaar beschadigd, maar kon tenminste de
haven van Antwerpen halen. De bemanning van Tricolor werd van het schip
gehaald door reddingsteams, maar dat ging slechts heel langzaam door het
slechte zicht. Gelukkig raakte niemand gewond.
Ondanks waarschuwingsbakens op de plaats waar de Tricolor in het water
lag, voor de Nicola op 16 december tegen het wrak aan. Het schip kon
veilig worden teruggeloodst naar de haven, maar de Tricolor lag nog in
het water en was nu nog veel verder beschadigd. Het schip werd total
loss verklaard en Berger Smit begon met het wegpompen van 2200 ton olie
uit het wrak.
In januari 2003 botste de olietanker Vicky op het wrak, waardoor olie
vanuit de Vicky in de het Kanaal liep. Aan de kust van Frankrijk en
België was dit merkbaar. Gelukkig was de schade beperkt en lekte de
Tricolor geen olie.
Tegen eind januari veroorzaakte extreem weer een botsing tussen Berger
Smit en het wrak van de Tricolor, en begon het wrak toch olie te lekken.
Al snel werd duidelijk dat tenminste 1000 ton olie in het Kanaal terecht
was gekomen. Aan de kust van Frankrijk en België veroorzaakte de olie de
dood van vele zeevogels, die op het strand aanspoelden.
Na de derde botsing gaf de Franse regering het bevel het wrak te
verwijderen, om verdere schade aan het milieu te voorkomen. Uiteindelijk
werd het schip in negen kleinere delen opgebroken, die uit het water
werden getild en werden afgevoerd.
De Tricolor vervoerde auto’s, en momenteel liggen nog steeds honderden
autowrakken op de bodem van het Kanaal. De waarde van de vracht was
ongeveer 49 miljoen euro. Het schip was ongeveer 40 miljoen euro waard.
Overig
Behalve bovengenoemde zijn er nog veel meer ongelukken geweest
waarbij olie in zee is gelekt. De meeste kregen verreweg niet zoveel
media aandacht. Hier volgen enkele voorbeelden:
- 1967 Liberian tanker Torrey Canyon lekt 120.000 ton olie bij
Cornwall
- 1968 Witwater tanker lekt 14.000 vaten olie bij de kust van
Panama
- 1969 tanker Hamilton lekt 4.000 vaten olie in Liverpool Bay,
Engeland
- 1970 tanker Arrow lekt 77.000 vaten olie bij Nova Scotia,
Canada
- 1971 tanker Wafra lekt 20.000 vaten olie bij Cape Agulhas,
Afrika
- 1972 tanker Sea Star schiet in brand na aanvaring in de Golf
van Mexico
- 1974 Nederlandse tanker Metulla lekt 53.000 ton ruwe olie bij
South-Chilli
- 1976 Liberiaanse tanker Argo Merchant lekt 29.000 vierkante
meter olie bij de kust van Massachusetts
- 1976 Spaanse tanker Urquillo lekt meer dan 100.000 ton olie
- 1977 tanker Al Rawdatain lekt 7350 vaten olie bij Genua, Italië
- 1977 tanker Borug lekt 213.692 vaten olie bij de kust van
Taiwan
- 1978 Braziliaanse Marina lekt 73.600 vaten olie bij Sao
Sebastiao, Brazilië
- 1979 Betegeuse lekt 14.720 vaten olie bij Bantry Bay, Ierland
- 1979 Ixtoc I olieput in Mexico ontploft en lekt 600.000 ton
olie
- 1984 Alvenus tanker loopt zuidwestelijk van Cameron, Louisiana
aan de grond en lekt 65.000 vaten olie
- 1985 ARCO Anchorage lekt 5690 vaten olie bij de kust van
Washington
- 1986 onbekende oliemorsing komt richting de kust van Georgia en
blijkt later uit de Amazon Vulture tanker te komen
- 1989 Aragon tanker lekt 175.000 vaten olie bij Madeira,
Portugal
- 1990 tanker American Trader loopt aan de grond bij Huntington
Beach, California en lekt 9458 vaten olie
- 1990 Cibro Savannah tanker vliegt in brand en lekt 481
vierkante meters olie
- 1990 Jupiter tanker vliegt in brand bij Bay City, Mexico en
lekt olie
- 1990 Mega Borg tanker vliegt in brand en lekt 19.000 vierkante
meter olie bij Galveston, Texas
- 1991 tanker Bahia Paraiso lekt 3774 vaten olie bij Palmer
Station, Antarctica
- 1992 Griekse tanker Aegean Sea lekt 70.000 ton olie bij Galicia
- 1993 Bouchard B155 tanker lekt 1270 vierkante meter olie na
botsing met 2 schepen
- 1996 Liberiaanse tanker Sea Empress lekt 147.000 ton olie bij
Wales
- 1999 Maltese tanker Erika lekt 30.000 ton olie bij Bretagne
- 2001 tanker Jessica lekt 900 ton olie bij de Galapagos Eilanden
- 2002 Bahamese Prestige lekt olie bij Galicië
Dit zijn slechts voorbeelden van een veel groter aantal olierampen dat
zich heeft afgespeeld in de geschiedenis. Helaas zijn er nog veel meer,
die hier niet worden genoemd.
6. De chemische stortplaats van Love Canal
In 1920 gebruikte Hooker Chemical een gebied in Niagara Falls als
stortplaats voor huishoudelijk en chemisch afval. In 1953 was de
stortplaats vol, en werd deze vervolgens bedekt volgens relatief nieuwe
methoden. Een dikke laag ondoorlaatbare rode klei werd als coating
gebruikt om te voorkomen dat chemicaliën uit de stort zouden gaan
lekken.
Een nabijgelegen gemeente wilde de site opkopen om huizen op te bouwen.
Ondanks de waarschuwingen van Hooker kocht de stad de stortplaats voor
het schamele bedrag van 1 dollar. Hooker vroeg er zo’n lage prijs, omdat
ze geen geld wilden verdienen aan een dergelijk onverstandig project. De
gemeente startte graafwerkzaamheden om riolering aan te leggen, waardoor
de rode klei bedekking van de stortplaats beschadigde. Men bouwde
huizenblokken en een school, en noemde de wijk Love Canal.
Love Canal leek op het eerste gezicht een doorsnee buurt. Het enige
verschil met andere wijken waren de onaangename geuren en een ongewone
lekkage bij veel bewoners in kelders en achtertuinen. Kinderen die in de
buurt woonden werden vaak ziek. Moeders in Love Canal hadden vrij vaak
miskramen, en ook geboorteafwijkingen waren niet ongewoon.
Het
hoge aantal mensen dat ziek was of geboorteafwijkingen had in Love Canal
werd opgemerkt door activiste Lois Gibbs. Zij begon het vervolgens te
documenteren. In 1978 werd in een krantenartikel het bestaan van de
chemische stortplaats onder de wijk onthuld. Lois Gibbs begon verzoeken
aan de gemeente te schrijven om de school te sluiten. In augustus 1978
kreeg het verzoek gehoor en beval de NYS Health Department de school te
sluiten wanneer kinderen chemische vergiftiging opliepen.
Tijdens een scheikundig onderzoek van Love Canal werd meer dan 130 pond
TCDD gevonden, een zeer giftig en carcinogeen dioxine. De totale
voorraad van 20.000 ton afval in de stortplaats bleek meer dan 248
verschillende chemicaliën te bevatten. Het afval bestond hoofdzakelijk
uit residuen van pesticiden, en afval dat vrijkwam bij gebruik onderzoek
naar chemische wapens.
De chemicaliën uit de stortplaats waren in huizen, riolen, tuinen en
beekje terechtgekomen. Gibbs besloot dat het tijd werd de meer dan 900
families die in de wijk woonden te evacueren. Uiteindelijk zette
president Carter een fonds op waardoor alle families een veiliger
onderkomen kregen. Het moederbedrijf van Hooker werd voor de rechter
gesleept, en veroordeeld tot een boete van 20 miljoen dollar.
Ondanks protest vanuit de organisatie van Gibbs werd 20 jaar later een
deel van de huizen in Love Canal weer te koop aangeboden. Momenteel
staat het merendeel van de huizen weer te koop. Ondanks een herbenaming
van de buurt blijken de huizen moeilijk verkoopbaar. Love Canal heeft na
het incident een hele slechte reputatie gekregen, en daardoor willen
banken geen hypotheken aanbieden. Over 20 jaar zouden er wel weer eens
mensen kunnen gaan wonen.
De in de stortplaats aanwezige chemicaliën zijn niet verwijderd. Er is
opnieuw een coating aangebracht, en de buurt is gesaneerd en veilig
verklaard. Het moederbedrijf van Hooker heeft nog eens 230 miljoen
dollar betaald om de saneringen te financieren. Het bedrijf wordt
verantwoordelijk geacht voor het managen van de stortplaats. Het verhaal
van Love Canal staat nu bekend als een van de grootste milieurampen in
Amerika in de afgelopen eeuw.
7. Cyanide lozing bij Baia Mare
Mijnwerkers in goudmijnen gebruiken cyanide (CN) om goud uit stenen te
halen. Dat wordt bijvoorbeeld veel gebruikt in Roemenië. Om tien uur in
de avond van 30 januari 2000 kwam cyanide vanuit een goudmijn in Baia
Mare in de rivier de Somes terecht, en stroomde het vervolgens de rivier
de Tisza in. De oorzaak van de morsing was een scheur in de dam die om
een bezink bassin was gebouwd. Gevolg was dat ongeveer 100.000 kubieke
meter vervuild water met hoge concentraties cyanide wegstroomde. Het
afvalwater bevatte behalve cyanide ook zware metalen zoals
koper,
zink en
lood. Koper
concentraties waren meer dan 40-160 maal de drempelwaarde, zink
concentraties 2 maal en lood concentraties 5-9 maal.
Cyanide
is een zeer agressieve stof die in hoge concentraties dodelijk is. Toen
de Roemeense autoriteiten op de hoogte werden gebracht van het ongeluk,
werd meteen groot alarm geslagen. De snelle reactie voorkwam menselijke
slachtoffers. Wel bezweken benedenstrooms veel planten en dieren. Op 12
februari stroomde verontreinigd water van de rivier de Tisza door in de
Donau, waardoor effecten zichtbaar waren in Hongarije en Servië.
Inwoners van Belgrado zagen water vol dode vissen voorbij stromen.
Ongeveer 100 mensen, waarvan het merendeel kinderen, moest worden
behandeld na het eten van verontreinigde vis. De Roemeense media noemde
de ramp ‘de grootste sinds Chernobyl’.
Milieuorganisaties stellen dat grote bedrijven misbruik maken van de
magere milieuwetgeving in armere landen als Roemenië. Milieurampen als
de cyanideramp van Baia Mare zijn het gevolg. De eigenaar van de
goudmijn in Baia Mare is een Australiër die Brett heet. Hij uitte
commentaar op de voorstelling van de ramp in de media, en zei dat
rapportages behoorlijk overdreven waren. Hij ontkent dat de vissterfte
in de omgeving van de mijn iets te maken had met de werkzaamheden.
De Servische minister van milieu kondigde aan dat hij de
verantwoordelijke partij zou aanklagen. Hij eiste een internationaal
proces. De visserij in de Tisza werd opgeschort en het werd afgeraden
het water uit de rivieren te gebruiken. Veel inwoners van de streek
hadden te kampen met watertekorten, en in de visserij werd verlies
geleden.
8. De BSE-crisis in Europa
Bovine Spongiform Encephalopathy (BSE) is een dodelijke ziekte onder
koeien. Het wordt in de volksmond wel ‘gekke koeien ziekte’ genoemd,
omdat besmette koeien zich vreemd gedragen, en vaak op hun plaats in
elkaar zakken (zie foto). De ziekte veroorzaakt problemen in de
hersenen, ruggengraat en organen van de koe, bijvoorbeeld de milt.
De voornaamste oorzaak van de BSE crisis in Europa was het gebruiken van
veevoeder met gemalen schapenresten erin. Deze werden toegevoegd vanwege
het hoge eiwitgehalte, en omdat sojabonen als alternatief moeilijk te
verkrijgen waren.
Door
de accumulatie van prionen (eiwitrijke infectieveroorzakende deeltjes)
over meerdere generaties werden koeien ziek, en nam de hoeveelheid
geïnfecteerd weefsel in nieuw geproduceerd vlees toe. De ziekte werd
voor het eerst ontdekt in Groot-Brittannië in 1986. in tegenstelling tot
andere landen was daar een kookproces voor sterilisatie van vlees niet
verplicht. Gevolg was dat de ziekteverwekkers de kans kregen zich snel
te verspreiden. In 1996 waren de andere Europese landen op de hoogte van
de Britse misser, en werd de import van Brits rundvlees opgeschort. De
Britse vleesindustrie leed grote verliezen.
Het verbod op vleesexport vanuit Groot-Brittannië werd echter te laat
ingevoerd, en BSE begon zich door Europa te verspreiden (Tabel 1). Veel
landen begonnen dieren te laten onderzoeken. Als ergens gedacht werd dat
dieren ziek waren werd onmiddellijk een transportverbod afgekondigd. De
dieren werden gedood en de karkassen verbrand. De vele verbrandingen
veroorzaakten luchtverontreiniging, omdat het werd uitgevoerd in de open
lucht zonder rookgasreiniging.
Tabel 1: jaar van ontdekking eerste BSE gevallen per land
|
Land |
Jaar |
|
Ierland |
1989 |
|
Portugal |
1990 |
|
Zwitserland |
1990 |
|
België |
1993 |
|
Nederland |
1997 |
|
Denemarken |
2000 |
|
Frankrijk |
2000 |
|
Spanje |
2000 |
|
Italië |
2001 |
|
Duitsland |
2003 |
Veel landen verboden het gebruik van resten van schapen in veevoeder
na aanvang van de BSE crisis in Europa. Toch werd het in Duitsland nog
toegelaten tot 2000. gevolg was een nasleep van de crisis in 2003.
BSE was niet alleen schadelijk voor koeien. In 1996 werd ontdekt dat de
dodelijke hersenziekte ook een menselijke variant kende. Deze staat
bekent als Kreutsfeldt-Jacob. Wanneer iemand eenmaal besmet is met de
ziekte, treedt de dood binnen 12-18 maanden in. Symptomen zijn onder
andere depressie, coördinatieproblemen, geheugenverlies, humeurigheid,
pijn in de gewrichten, ernstige hoofdpijnen, koude, pijn in de voeten,
huiduitslag en verlies van het korte termijn geheugen.
Doorgaans
wordt aangenomen dat mensen BSE krijgen door consumptie van organen en
weefsels van koeien die besmet waren. Besmetting treedt alleen op
wanneer het product afkomstig is van koeien van 30 maanden of ouder.
Volgens schattingen is in de jaren 1980 van ongeveer 400.000 besmette
koeien het vlees geconsumeerd. De leeftijd tijdens de slacht is
grotendeels onbekend.
De menselijke variant van BSE heeft voor 2003 aan ongeveer 90 mensen in
Groot-Brittannië het leven gekost. Er vielen ook doden in Frankrijk en
Italië. In 2004 waren ongeveer 158 Europeanen aan de ziekte bezweken,
waarvan 148 Britten. Momenteel wordt gedacht dat de slacht en bemesting
in de glastuinbouw ook de menselijke variant van BSE kunnen veroorzaken,
maar dat wordt nog onderzocht.
Tabel 2: aantal gevallen van BSE per land
|
Land |
Aantal gevallen van BSE
(koeien) |
|
België |
125 |
|
Denemarken |
13 |
|
Duitsland |
312 |
|
Finland* |
1 |
|
Frankrijk |
891 |
|
Griekenland* |
1 |
|
Groot-Brittannië |
183.803 |
|
Ierland |
1353 |
|
Italië |
117 |
|
Lichtenstein* |
2 |
|
Luxemburg |
2 |
|
Nederland |
75 |
|
Oostenrijk* |
2 |
|
Polen* |
14 |
|
Portugal |
875 |
|
Spanje |
412 |
|
Tsjechië |
9 |
|
Zwitserland* |
453 |
*Let op: de BSE-crisis van 1990-2001
speelde zich hoofdzakelijk in West-Europese landen af
Het aantal gevallen van BSE is relatief laag, maar de ontdekking van de
ziekte had dramatische gevolgen voor de Europese
consumptiemaatschappijen. Consumptie van rundvlees daalde met wel 27%.
In 2001 kwam een einde aan de BSE-crisis, maar in 2003 laaide deze
opnieuw op binnen Duitsland (zie eerder). Helaas wordt nog ieder jaar
bij mensen de menselijke variant van de ziekte geconstateerd, vanwege de
lange incubatietijd. De werkelijke ernst van de crisis zou nog wel eens
onderschat kunnen zijn.
9. Afvalwaterlozing in Spanje
Op 25 april 1998 brak de dam om de bezink tank bij een pyrietmijn in
Aznalcollar, Spanje. Daarbij kwam slib en verontreinigt afvalwater vrij,
dat de Guadiamar rivier in stroomde. Het afvalwater bevatte zware
metalen zoals cadmium,
lood,
zink en
koper. Een gebied van
4634 hectare werd getroffen, waarvan 2703 hectare werd verontreinigd met
slib en 1931 hectare met zuur afvalwater.
De waterverontreinigingen troffen landbouwgrond en bossen. Oogsten waren
niet langer geschikt voor consumptie, waardoor boeren in de streek met
financiële moeilijkheden te maken kregen. De vissterfte in het gebied
was hoog, en vogels die vervuilde vissen aten stierven ook. Het duurde
een volledige maand tot de rivier weer in zijn oude staat was.
Nadat het afvalwater de rivier in was gestroomd begon een uitgebreide
saneringsoperatie. Er werden muren geïnstalleerd om verdere verspreiding
van de verontreiniging te voorkomen, en zodat het verontreinigd slib kon
worden verwijderd. De pH van de bodem werd hersteld door bekalken, en
met behulp van oxyhydroxide precipitatie werd arseen verwijderd.
Technici die bij het bedrijf werkzaam waren zeiden dat de scheur in de
dam veroorzaakt was door een diepe aardverschuiving, waardoor een deel
van de wand begon te bewegen. Toen de autoriteiten de ramp onderzochten
bleek echter dat de dam een zwakke constructie was, en dat
waarschuwingen van mogelijk scheuren werden genegeerd. De Zweeds/
Canadese corporatie Boliden werd verantwoordelijk gehouden voor de ramp,
en moest de saneringsoperatie betalen en de slachtoffers compenseren.
10. De bijna-nucleare ramp van Three Mile Island
Om
ongeveer 4 uur op 28 maart 1979 deed zich een probleem voor met de
voedingswaterpompen in het niet-nucleaire koelwatersysteem van reactor 2
van de kerncentrale van Three Mile Island bij Harrisburg, Pennsylvania.
Gevolg was dat koelwater uit de reactor liep, waardoor de reactorkern
deels smolt. Exploitatiefouten, een defecte klep, defecte sensoren en
ontwerpfouten resulteerden in het ontsnappen van ongeveer een duizendste
van de straling van de Chernobyl ramp.
Gelukkig hield de beschermende structuur om de reactor de overige 18
miljard curies tegen, die anders ook vrijgekomen zouden zijn. Hierdoor
denken verschillende voorstanders van kernenergie dat ernstige
ongelukken in de VS niet zullen gebeuren. Toch beweren veel
wetenschappers dat de voorkoming van een echt ernstig ongeluk in dit
geval slechts een kwestie van geluk was. De kern van de reactor is maar
net niet warm genoeg geworden om totaal te smelten. Alleen de rappe
implementatie van veiligheidsmaatregelen voorkwam een grotere ramp.
Hoeveel straling precies is vrijgekomen tijdens het ongeluk is niet
helemaal duidelijk. Schattingen geven rond de 2,5 miljoen curies aan.
Enkele dagen na het ongeluk werden alle zwangere vrouwen en kleine
kinderen in een straal van 8 km rond de reactor geëvacueerd als
voorzorgsmaatregel.
Door
de straling die uit de reactor van Three Mile Island ontsnapte zijn een
aantal ouderen in de regio vroegtijdig gestorven. Melkveehouders meldden
dat veel dieren stierven naar aanleiding van het ongeluk, en enkele
locale boeren kregen kanker. Er zijn studies die aangeven dat deze
nucleaire ramp ook geboorteafwijkingen tot gevolg heeft.
De opruiming van de reactor begon in augustus 1979 en eindigde officieel
in december 1993. de operatie kostte ongeveer 975 miljoen dollar. Tussen
1985 en 1990 werd ongeveer 100 ton radioactieve brandstof van de locatie
verwijderd. Reactor 2 was slechts drie maanden in gebruik geweest, maar
had nu een kapotte klep en was onveilig voor toetreding. De reactor werd
permanent gesloten. Reactor 1 werd in 1985 herstart, maar plannen voor
de bouw van nieuwe soortgelijke reactoren werden later afgewezen.
Bronnen
- Lomborg, B., The Skeptical Environmentalist - Measuring the Real State
of the World. Cambridge University Press 1998, United Kingdom
- McKinney, M.L., Schoch, R.M., Environmental Science: Systems and
Solutions, Third Edition Jones and Bartlett Publishers, Sudbury
Massachusetts 2003
- Encyclopedie:
http://www.wikipedia.org
- Encyclopedie:
http://www.britannica.com
- Bhopal:
http://www.unioncarbide.com/
- Bhopal: http://www.bhopal.com
- Chernobyl:
http://www.chernobyl.co.uk/ en het Chernobyl Children's Project
International:
http://www.chernobyl-international.com/aboutchernobyl/disaster.asp
- Seveso:
http://www.unu.edu/unupress/unupbooks/uu21le/uu21le09.htm
- London Smog: BBC news, London University
- NOAA Oil spill review, 2003 -
http://response.restoration.noaa.gov/oilaids/spilldb.pdf
- Amoco Cadiz:
http://greennature.com/article219.html
- Tricolor:
http://www.noordzee.nl/scheepvaart/scheepsrampen/tricolor.php
- Baia Mare:
http://www.zpok.hu/cyanide/baiamare/accidentdescription.htm
- BSE crisis: BBC, Asian Food Information Center
- Spanje afvalwaterlozing: Oceanographic Institute of Paris,
Environmental Restoration of the Guadiamar River Basin Affected by the
Accident at the mine in Aznalcollar, Spain. Paris, October 2002 ->
http://www.le-cedre.fr/uk/publication/jourinfo02/esp.pdf
Natuurlijke
milieurampen
1. Mondiale epidemieën
2. De arseen crisis in Bangladesh
3. De aardbeving en tsunami van 2004
4. Orkaan Mitch
5. Izmit: de aardbevingen in Turkije in 1999
6. De watersnoodramp van 1953
7. De Roraima bosbranden in Brazilië
8. De Mount Pinatubo vulkaanuitbarsting op de Filippijnen
9. De tornado van 1952 in Ellington, Missouri
10. De zandstormen van Beijing en Queensland
1. Mondiale epidemieën
Door de eeuwen heen hebben epidemieën behoorlijk wat levens gekost.
Uitbraken en snelle verspreiding van ziekten als de Spaanse griep en de
pest worden in de geschiedenisboeken aangehaald vanwege het hoge aantal
doden. Vanuit ecologisch oogpunt kunnen de uitbraken gezien worden als
een natuurlijk mechanisme om de bevolkingsgroei te remmen. Epidemieën
zijn waarschijnlijk het meest effectieve natuurlijke mechanisme waaraan
veel mensen ineens bezwijken.
De pest
In de veertiende eeuw werden Europa, Azië en Afrika getroffen door een
uitbraak van de pest, die al snel werd omgedoopt tot ‘De Zwarte Dood’.
De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella pestis of
Yersinia pestis, en wordt van knaagdieren op mensen overgedragen door
een vlo. De ziekte kent symptomen als koorts, delirium, longontsteking
en grote bulten gevuld met pus. De bulten breken soms spontaan open en
beginnen te druipen.
De uitbraak begon in Azië, door verspreiding vanaf Aziatische
knaagdieren. In het midden van de veertiende eeuw werd de Port of Kaffa
in de Zwarte Zee vanuit de zee aangevallen door de Tartanen. Deze kregen
de pest en besloten zich terug te trekken. Maar voor de terugtrekking
werden de dode lichamen van hun kameraden Kaffa in geschoten.De
Italianen die op het eiland zaten gingen terug naar Italië, waardoor de
ziekte zich snel ging verspreiden. Dit is het eerste voorbeeld van
biologische oorlogvoering.
In Europa woonden in die tijd ongeveer 100 miljoen mensen. Tussen 1347
en 1351 stierven tenminste 25 miljoen en mogelijk tot 75 miljoen mensen
aan de pest, waardoor de sociale structuur van Europa verloren ging.
Door het hoge dodental werden de wetten niet langer gehandhaafd, werden
religieuze ceremonies vergeten en werden ziekenhuizen gesloten in
gebieden waar de pest het meest voorkwam.
Nadat een groot aantal mensen aan de epidemie gestorven was, verdween
deze net zo plotseling als het was begonnen. Vandaag de dag wordt de
precieze aanleiding voor de plotselinge terugtrekking van de epidemie
nog steeds niet begrepen. Het is waarschijnlijk dat uiteindelijk alleen
mensen overbleven die immuun waren voor de ziekte. Misschien is de pest
veranderd in een slapende ziekte, die ergens wacht op de juiste
omstandigheden om weer uit te breken. Tot nu toe hebben we door middel
van hygiëne en medicatie een nieuwe epidemie kunnen voorkomen.
De Spaanse Griep
De Spaanse Griep, die ook wel bekend staat als de Grote Griep Epidemie,
was verantwoordelijk voor de dood van tussen de 50 en 100 miljoen mensen
over de hele wereld. De epidemie heerste in 1918 en 1919, aan het einde
van de Eerste Wereldoorlog. Het was een van de meest dodelijke mondiale
epidemieën tot nu toe.
De ziekte werd Spaanse Griep genoemd, omdat het in Spanje de meeste
aandacht kreeg in de media. In Spanje was een ernstige vroege uitbraak
van de ziekte in mie 1918, waarbij ongeveer 8 miljoen mensen ziek
werden.
De eerste gevallen van de Spaanse Griep deden zich voor in het leger van
Kansas in maart 1918. binnen twee dagen waren in het kamp 522 mensen
besmet. In augustus 1918 vielen in Amerika de eerste doden. Merkwaardig
genoeg stierven vooral gezonde jongen mannen, en niet de jonge kinderen
en senioren zoals men zou verwachten. Volledig gezonde mensen werden
ineens ziek en konden al enkele uren later niet meer lopen. Velen
stierven binnen een dag.
De meeste gevallen van de dodelijke variant deden zich voor onder
militairen. Zelfs met behandeling ging een derde van de besmette mensen
eraan dood. Mensen stierven uiteindelijk meestal aan longontsteking.
Na augustus begon de ziekte zich over de hele wereld te verspreiden.
Wereldwijd stierf 2,5 tot 5% van de bevolking, en tot 20% van de
wereldbevolking had last van symptomen. In India stierven 17 miljoen
mensen, dat is 5% van de totale bevolking. In de VS stierven 500.000 tot
675.000 mensen, en in Groot-Brittannië 200.000. In Frankrijk liep het
dodental op tot 400.000 man.
In enkele kleine steden werd de bevolking door de ziekte volledig
uitgeroeid. Lichamen werden zonder kist en zonder nette begrafenis in
massagraven gedumpt.
Symptomen van de Spaanse Griep waren onder andere blauwkleuring van het
gezicht en het ophoesten van bloed uit de longen. Men probeerde de
epidemie een halt toe te roepen door besmette personen te isoleren, maar
helaas haalde dat weinig uit.
De epidemie kwam na 18 maanden tot een abrupt einde, en de precieze
oorzaak kon toen niet worden achterhaald. Men denkt dat het een virus
van het type H1 was. Vroeger dacht men dat de griep en bacteriële
infectie was, en vele jaren lang is tevergeefs gezocht naar een vaccin.
Tegenwoordig wordt gedacht dat de snelle beweging van het leger en
verzwakte immuunsystemen van de soldaten door gebruik van chemische
wapens hebben bijgedragen aan de verspreiding van de Spaanse Griep
tijdens de Eerste Wereldoorlog. De epidemie kostte uiteindelijk minstens
zoveel levens als de oorlog zelf.
HIV/ AIDS
De AIDS epidemie die momenteel heerst zou wel eens even grote vormen
kunnen aannemen als de pest in de veertiende eeuw. Aids (Acquired Immuno
Deficiency Syndrome) wordt veroorzaakt door het Humaan Immunodeficiency
Virus (HIV). HIV is een retrovirus dat cellen van het menselijk
immuunsysteem aantast, waardoor mensen veel makkelijker ziekten oplopen.
Aids-patiënten sterven bijvoorbeeld aan longontsteking.
HIV wordt verspreid door vaginale, anale of orale sex, bloed
transfusies, het delen van besmette naalden in ziekenhuizen en tijdens
drugsgebruik, en tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap, geboorte
en borstvoeding.
Wanneer iemand seropositief is, moet hij/ zij behandeld worden. HIV kan
niet worden genezen, maar het doorzetten van de ziekte kan worden
uitgesteld met medicijnen.
Tussen 1980 en 2001 zijn wereldwijd 62 miljoen mensen besmet met het HIV
virus; dat is ongeveer 0,5% van de wereldbevolking. Niet iedereen die
besmet raakt krijgt ook de ziekte. Uiteindelijk werden 22 miljoen mensen
ziek, en stierven.
Naar alle waarschijnlijkheid woont 94% van alle besmette mensen in
ontwikkelingslanden. Twee derde van alle besmette personen wonen in
Afrika bij de Sahara. In totaal is in 2001 8,4% van de Afrikanen bij de
Sahara geïnfecteerd met Aids. Botswana werd het hardst getroffen; daar
is 1 op de 3 volwassenen besmet. De levensverwachting van de Botswaanse
bevolking blijft dalen en de jaarlijkse bevolkingsgroei is achteruit
gegaan.
Aids verstoort de lokale economie en sociale structuren. Steeds meer
mensen worden ziek en afhankelijk en het aantal gezonde werkende mensen
wordt steeds minder. Veel kinderen groeien op zonder ouders, of worden
geboren met Aids. Door het grote aantal kinderen dat niet naar school
gaat, wordt de economie nog verder verstoord.
De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bracht in 2000 naar voren dat 25%
van de bloedtransfusies in Afrika worden gedaan met bloed dat niet is
getest. Tussen de 5 en 10% van de HIV gevallen waren het gevolg van
bloedtransfusies.
Ook in Azië en Zuid-Amerika waren veel gevallen van Aids bekend. In Azië
zijn al veel mensen aan de ziekte gestorven in Cambodja, India, Myanmar
en Thailand. In Latijns Amerika en het Caribische Brazilië en Haïti
werden ook behoorlijk getroffen. Net als in Botswana vermindert de
ziekte de levensverwachting, en neemt de bevolkingsgroei af.
Wanneer iemand geïnfecteerd is met HIV duurt het enkele weken tot enkele
maanden voordat dit aantoonbaar is met behulp van een bloedtest. Het kan
nog langer duren voor symptomen zichtbaar zijn, soms wel tot tien jaar
(zie figuur). Ondertussen kunnen mensen wel anderen besmetten.

Figuur 1: stadia van HIV-Aids
Ondanks de vele inspanningen van ontwikkelde landen, zoals de Live 8
concerten voor Aids in Afrika in 2005, duurt de epidemie nog steeds
voort. Het volledige effect kan goed pas over een eeuw zichtbaar worden.
2. De arseen crisis in Bangladesh
Arseen is een giftig metalloïde dat in drie vormen voorkomt; als geel,
grijs en zwart arseen. Arseen deeltjes worden gebruikt als pesticiden,
en toegepast in verschillende legeringen. Arseen is niet alleen giftig
voor insecten en planten, maar ook voor mensen. Dat komt doordat de
chemische structuur erg lijkt op die van
fosfor, en arseen dus fosfor
kan vervangen in chemische reacties in het lichaam.
Bangladesh in Azië (zie foto) heeft al decennia lang te kampen met een
drinkwaterprobleem. De meeste mensen dronken oppervlaktewater, waardoor
pathogene bacteriën als cholera en dysenterie makkelijk konden
verspreiden. Internationale organisatie begonnen het slaan van
drinkwaterputten voor het oppompen van grondwater te promoten. Het was
toen echter onbekend dat het grondwater in Bangladesh grote hoeveelheden
arseen bevat. Dit arseen heeft een natuurlijk oorsprong, het komt
namelijk vrij uit diepe sediment lagen onder zuurstofloze
omstandigheden.
Veel Aziatische landen zoals Vietnam, Cambodja en Tibet hebben
waarschijnlijk een zelfde soort ondergrond als Bangladesh. Deze landen
hebben mogelijk ook grondwater waarin hoge concentraties arseen zitten.
Toen de drinkwaterputten in Bangladesh werden aangelegd, begonnen
ongeveer 57 miljoen mensen grondwater te drinken waarin de
arseenconcentraties ver boven de wettelijke norm van 0,05 mg/L lagen. Na
enkele jaren grondwater benutten als drinkwater had een kwart van de
bevolking van Bangladesh symptomen van arseenvergiftiging (arsenicose).
Arseenvergiftiging kan dodelijk zijn, omdat het verteringsstelsel
ontregeld wordt. Symptomen zijn onder meer veranderende huidskleur,
blaren en zweren (zie foto), maagpijn, overgeven, delirium en koudvuur.
Chronische blootstelling aan lage concentraties arseen leidt tot kanker,
bijvoorbeeld aan de longen, huid, nieren en blaas.
Het arseenprobleem werd voor het eerst ontdekt aan het begin van de
jaren 1980, maar pas in de jaren 1990 werd het grote publiek er zich van
bewust. De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt de arseencrisis de
grootste massale vergiftiging van een bevolking in de geschiedenis.
Momenteel drinken meer dan 85 miljoen mensen in Bangladesh het
verontreinigde grondwater. Het is zeer waarschijnlijk dat nu meer dan 80
miljoen mensen arseenvergiftiging hebben. Het precieze aantal is niet
bekend, omdat besmetting vaak pas na 10 jaar kan worden vastgesteld.
In 2003 begon in Londen een gerechtelijk onderzoek om te bepalen of de
Britse geologische dienst nalatig was geweest toen de waterputten werden
geslagen. De organisatie had in 1992 in opdracht van de overheid een
onderzoek uitgevoerd naar de grondwaterkwaliteit, maar op arseen was
niet getest. De organisatie pleit onschuldig en beweert dat men ten
tijde van de beslissingen tot grondwaterwinning niet op de hoogte was
van de geologische grondslag van arseenvergiftiging.
3. De zeebeving en tsunami van 2004
Kort geleden hebben we een milieuramp met natuurlijk oorzaak mogen
meemaken, die wereldwijd voor veel opschudding zorgde. In december 2004
veroorzaakte een oceanische aardbeving van 9-9,3 op de schaal van
Richter verwoesting in veel Aziatische landen.
De zeebeving was een van de 10 dodelijkste van de wereldgeschiedenis.
Wetenschappers stelden dat de beving meer dan tien minuten duurde,
terwijl de meeste na enkele seconden voorbij zijn. Sinds 1900 zijn
slechts drie aardbevingen gerapporteerd die groter in kracht waren,
namelijk de Grote Chileense Aardbeving van 1960 (9,5), de beving in
Prince William Sound van 1964 (9,2) en de beving bij de Andreanof
Eilanden (9,1). Al deze gebieden waren minder dicht bevolkt dan het
gebied dat in 2004 getroffen werd, daarom vielen er ook veel minder
doden.
De zeebeving begon in de Indische Oceaan bij de kust van noord Sumatra,
Indonesië. De beving was zo heftig dat de gehele planeet aarde een paar
centimeter trilde. Ook werden in heel andere regionen aardbevingen
veroorzaakt, bijvoorbeeld in Alaska.
De beving veroorzaakte een tsunami (zie foto); een aantal vloedgolven van meer dan
30 meter hoog die de kust bereikten. De kust werd behoorlijk beschadigd,
en er vielen doden in Sri Lanka, zuid India, Thailand, Indonesië,
Somalië, Myanmar, Maleisië, de Malediven en andere landen. Het duurde
maanden voordat men een officieel dodental had vastgesteld op tussen de
230.000 en 310.000 man. Tienduizenden mensen worden nog vermist. Alleen
tijdens een aardbeving in China in 1557 vielen meer doden, namelijk meer
dan 830.000.
In februari 2005 werden iedere dag wel 500 lichamen gevonden. Deze
werden verzameld en geïdentificeerd, een langdurig proces dat nogal wat
stank opleverde. De lichamen werden zo snel mogelijk begraven, om te
voorkomen dat ziekten uitbraken. Onder de doden waren tenminste 9000
toeristen die in de omgeving verbleven. Zweden werd van alle Europese
landen het hardst getroffen; 500 Zweden waren gestorven of vermist.
Het werkelijke dodental is niet bekend, omdat veel lichamen de zee in
getrokken werden. Later kunnen nog mensen sterven door epidemieën of
verhongering. Miljoenen mensen zijn hun huizen kwijt en zitten dicht op
elkaar in overvolle vluchtelingenkampen.
De tsunami veroorzaakte niet alleen doden, het milieu had er ook flink
onder te leiden. Ecosystemen zoals koraalriffen raakten ernstig
beschadigd. Zandduin formaties, rotsformaties, de biodiversiteit en
grondwaterstromen raakten ontregeld. De vernietiging van riolering en
afvalwaterbehandelinginstallaties vormen een bedreiging voor de
omgeving. Het UNEP bepaalt samen met lokale overheden de ecologische
schade en adequate beleidsmaatregelen.
De tsunami veroorzaakt door de zeebeving in 2004 was de ergste in de
menselijke geschiedenis. De Verenigde Naties stelde dat de
reddingsoperatie de meest kostbare ooit zou zijn. Een wereldwijde
geldinzamelingsactie leidde tot het opstellen van fondsen voor noodhulp
en wederopbouw. De wederopbouw van het gebied zal naar schatting zo’n 5
tot 10 jaar in beslag nemen.
Dit jaar (2006) werd een rapport vrijgegeven door de Tsunami Evaluatie
Coalitie (TEC) over de effectiviteit van internationale hulpverlening na
de zeebeving en tsunami in Azië. TEC is een samenwerkingsverband tussen
VN organisaties zoals Unicef en de WHO, onderzoeksbureaus, donateurs en
hulporganisaties als Oxfam Novib.
De belangrijkste positieve conclusies waren:
- Hoge effectiviteit van de eerste noodhulp
- Snelle wederopbouw van scholen en ziekenhuizen
- Snel herstel van de visserijsector
De belangrijkste verbeterpunten waren:
- De kwaliteit van internationale hulpverlening, en samenwerking tussen
internationale organisaties en kleine lokale initiatieven
- Een algemeen gebrek aan samenwerking tussen organisaties door de grote
hoeveelheid geld die beschikbaar was
- Ongelijke verdeling van geld; de noodhulp gebruikte het meeste geld
terwijl meer nodig was voor wederopbouw
- Internationale organisaties waren teveel bezig naam te maken, waardoor
onderling te weinig informatie werd overgedragen
- De huisvesting- en personeelskosten van de organisaties waren veel te
hoog
- De kwaliteit van hulp bij milieurampen moet worden verbeterd, en in
Azië was nog geen verbetering zichtbaar
De schaal van Richter
In bovengenoemde beschrijving wordt de kracht van de zeebeving genoemd,
namelijk 9-9,3 op de schaal van Richter. Maar wat betekent dat nou
eigenlijk?
De schaal van Richter werd in 1935 ontwikkeld door Charles Richter. Het
is een maat om de kracht van een aardbeving aan te geven. Ieder nummer
op de schaal is een maat voor de hoeveelheid energie die vrijkomt. Dit
is gebaseerd op de wijdte van seismische golven die worden gemeten op
seismische sites, gecorrigeerd voor de afstand tot de plaats waar de
aardbeving zich voordoet.
De schaal van Richter is logaritmisch, dat wil zeggen dat een toename
van 1 in werkelijkheid een toename van 10 in kracht voorstelt. Het geeft
niet aan hoeveel energie vrijkomt. De energie van een schaal 6
aardbeving is bijvoorbeeld 31 keer groter dan die van een schaal 5
aardbeving.
Tabel 3: categorieën van de schaal van Richter
|
<3,5 |
Meestal niet merkbaar, wel
meetbaar |
|
3,5-5,5 |
Merkbaar, maar nauwelijks
schadelijk |
|
<6,0 |
Lichte schade aan goed
geconstrueerde gebouwen, behoorlijke schade aan slecht
geconstrueerde gebouwen |
|
6,1-6,9 |
Kan schade veroorzaken in
bewoonde gebieden tot 100 km ver |
|
7,0-7,9 |
Zware aardbeving die
aanzienlijke schade veroorzaakt in een vrij groot gebied (zie 3) |
|
>8,0 |
Zeer zware aardbeving die
schade veroorzaakt honderden kilometers bij het epicenter
vandaan |
|
>9,0 |
Zeldzame enorm zware
aardbeving, zware schade in een groot gebied van mogelijk meer
dan 1000 km doorsnede (zie 1) |
4. Orkaan Mitch
Tropische cyclonen zijn een soort lagedruk systemen die meestal in de
tropen ontstaan. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het
warmtecirculatie systeem van de aarde, waarbij warmte vanaf de evenaar
naar hogere breedtegraden wordt verplaatst. Tropische cyclonen kunnen
tropische stormen, tyfonen of orkanen zijn, afhankelijk van de
windsnelheid.
Orkanen zijn tropische cyclonen met een kern waarin de lucht praktisch
stil staat. Om de kern heen circuleren bliksemstormen en rukwinden
binnen een straal van 16 tot 80 kilometer. De circulatieroute is
afhankelijk van het halfrond waarop de orkaan zich bevindt. Zuidelijk
beweegt deze met de klok mee, en noordelijk tegen de klok in. Orkanen
kunnen gepaard gaan met winden van meer dan 300 km/ uur.
In 1998 veroorzaakte de categorie 5 orkaan Mitch verwoesting in centraal
Amerika, waarbij rukwinden van meer dan 290 km/ uur aan meer dan 18.000
mensen het leven kostten. De meeste doden vielen door overstromingen als
gevolg van hevige regenval (90 cm) uit de orkaan.
Mitch ontstond in de Atlantische Oceaan bij Afrika en verplaatste zich
in noordelijke richting langs de kust van Nicaragua en Honduras. Eerst
bewoog de orkaan zich in westelijke richting, en toen kwam hij weer
terug naar de kust richting centraal Honduras. Mitch werd zwakker en
bereikte Guatemala als een tropische storm, maar al snel nam hij weer in
kracht toe. Tegen de tijd dat Yucatan en Florida bereikt waren was Mitch
alweer een orkaan, die zelfs in noord Brittannië merkbaar was. Honduras
en Nicaragua leden de meeste schade, maar El Salvador en Guatemala
hadden ook behoorlijke problemen. De totale schade werd geschat op 5
miljard dollar.
Orkaan Mitch was de tweede verwoestende orkaan die Honduras binnen dreef
na Fifi in 1974, waarbij 8000 mensen om het leven kwamen. Mitch was de
dodelijkste orkaan in meer dan 200 jaar, en de op een na dodelijkste
ooit. De Grote Orkaan van 1780 is de meest dodelijke geweest. De naam
Mitch werd in 1999 afgeschaft, en in 2004 werd de orkaan Matthew
genoemd.
De Saffir-Simpson schaal
Orkanen worden gecategoriseerd door middel van de Saffir-Simpson schaal,
verdeeld in categorieën voor verschillende windsnelheden. De schaal werd
in 1969 ontwikkeld door civiel ingenieur Herbert Saffir en directeur van
een nationaal orkaan centrum Bob Simpson. De effecten per
windsnelheidscategorie zijn niet absoluut, en kunnen per orkaan
verschillen. Er zijn orkanen die heel grote schade veroorzaken, terwijl
de windsnelheden naar verhouding niet zo hoog zijn. Vooral wanneer een
orkaan met een lage windsnelheid resulteert in overstromingen en
landverschuivingen is de schade meestal toch aanzienlijk.
Tabel 4: categorieën van de Saffir-Simpson schaal
|
Categorie |
Windsnelheid (km/ uur) |
Effecten |
|
1 |
119-153 |
Geen grote schade aan
gebouwen. Wat overstroming aan de kust. |
|
2 |
154-177 |
Wat schade aan daken, ramen
en deuren. Behoorlijke schade aan vegetatie. |
|
3 |
178-209 |
Verwoesting van mobiele
woningen. Meer landinwaarts schade door overstromingen. |
|
4 |
210-249 |
Erosie en overstroming van
binnenland. Daken worden eraf gerukt. |
|
5 |
>250 |
Complete verwoesting van
daken, sommige gebouwen storten in. Overstromingen en
landverschuivingen. Meestal massale evacuatie. |
Overige orkanen
In de tropen ontstaan al eeuwenlang orkanen. Hier zijn wat voorbeelden
van andere orkanen:
|
Atlantisch gebied
- 1893 Sea Islands
- 1934 Yucatan
- 1974 Fifi
- 1994 Gordon
- 2004 Jeanne |
Canada
- 1869 Saxby Gale
- 1934 Great August Gale
- 1954 Hazel
- 1991 The Perfect Storm
- 2003 Juan |
Verenigde Staten
- 1919 Florida Keys
- 1949 Palm Beach
- 1960 Donna
- 1992 Andrew
- 2004 Charley |
5. Izmit: de aardbevingen in Turkije in 1999
Op 17 augustus 1999 was er in de stad Izmit in Turkije een zware
aardbeving met een kracht van 7,5 op de schaal van Richter (zie 1). De
aardbevingvond plaats op een van de langste en best bestudeerde
horizontale breuklijnen; de Noord-Anatolische breuklijn. De breuklijn
veroorzaakt aardbevingen op minder dan 20 km diepte, waardoor de energie
vrij dicht bij de oppervlakte vrijkomt.
Door de aardbeving kwamen zo’n 17.000 mensen om het leven, en duizenden
mensen werden dakloos. Op 12 november was op de locatie een tweede
aardbeving met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. Deze had 450
doden en 3000 gewonden tot gevolg.
Overlevenden van de aardbeving werden opgevangen in tijdelijke kampen.
Water transport werd geregeld, om te voorkomen dat door uitdroging meer
mensen zouden sterven. Men was ongerust, want in de kampen zouden wel
eens epidemieën uit kunnen breken.
Ooggetuigen vergeleken de verwoestingen van de aardbeving met de oorlog
in Sarajevo. Veel gebouwen waren ingestort. Later werd beweerd dat dit
deels door structuurfouten kwam. Elektriciteitsleidingen vielen om,
wegen en spoorlijnen waren verwoest, watervoorraden waren ineens
onvoldoende en telefoonverkeer was verstoord. In gebieden waar herstel
nog mogelijk was, duurde het lange tijd voor alles gerepareerd was.
De aardbeving veroorzaakte aanzienlijke schade aan het milieu, met name
omdat een olieraffinaderij in brand vloog waar 700.000 ton olie lag
opgeslagen. Tegen de tijd dat het vuur was bedwongen waren bodem, water
en lucht verontreinigd. Volgens Greenpeace resulteerde de aardbeving in
scheuren in de afvalstortplaats van Petkim, waardoor chemisch afval
vrijkwam dat daar al jaren lag opgeslagen. Een PVC fabriek, een
afvalwaterzuivering en een vuilverbranding werden beschadigd. Gelukkig
kon de schade aan het milieu worden beperkt door een snelle
opruimingsoperatie.
Turkije kent een lange geschiedenis van aardbevingen. In 1939 en 1967
waren ook al aardbevingen veroorzaakt op de Noord-Anatolische breuklijn,
maar deze waren lang niet zo krachtig als de bevingen van 1999. deze was
de sterkte beving die de wereld had meegemaakt in meer dan een
decennium, vooral vanwege het hoge dodental. In 2004 werd dit record
gebroken door de zeebevingen in Azië.
6. De watersnoodramp van 1953
Op zaterdag 31 januari 1953 gaf het Nederlandse KNMI een waarschuwing
voor een aankomende noordwester storm op de Noordzee. In de nacht van 31
januari – 1 februari bereikte de storm Nederland, en nam deze toe in
kracht. Rukwinden van 150 km/ uur waren merkbaar.
Na de overstroming van 1916 waren dijken gebouwd die mensen een
vals gevoel van veiligheid gaven. De communicatie was gelimiteerd,
waardoor de stormwaarschuwingen veel mensen niet bereikten. De meeste
mensen hadden geen televisie, er waren geen nachtelijke radio
uitzendingen en de meeste mensen hadden ook geen telefoon, waardoor
velen zich van geen gevaar bewust waren.
Door de storm steeg het waterpeil. Het verwachte laagtij bleef uit en de
springvloed werd ergens rond middernacht bereikt. Om 2.00 uur ’s nachts
begon Nederland te overstromen, en de dijken braken door op meer dan 60
locaties in drie provincies. De zuidelijke eilanden stonden bijna
volledig onder water, en duizenden huizen en boerderijen
werden verwoest of door het water meegesleurd. Mensen vluchtten naar
hoger gelegen plaatsen zoals dijken en zolders, en zaten daar binnen de
kortste keren vast. Die zondagnacht steeg het water nog verder.
De overstromingen kostten aan 1835 mensen het leven. In sommige kleine
dorpen stierf wel 10% van de inwoners. Meer dan 47.000 koeien en varkens
en meer dan 140.000 kippen en ander gevogelte stierf tijdens de
watersnoodramp. In totaal overstroomde meer dan 200.000 hectare, en
werden meer dan 72.000 mensen geëvacueerd. Deze overstroming was de
grootste natuurramp sinds de watersnoodramp van 1570.
Onmiddellijk na de ramp werden maatregelen genomen om de dijken te
herstellen en te verstevigen. Op 18 februari 1953 werd het Delta Comité
in het leven geroepen, en in 1955 werd de Deltawet gepresenteerd. De
bouw van de Deltawerken begon in 1958, en in 1986 waren deze klaar. De
Oosterschelde vloedbarrière werd met veel omhaal geopend. Nederland kent
nu sterke dammen en dijken die een buffer vormen tussen de eilanden. Het
waarschuwingssysteem voor overstromingen is verbeterd, en Nederland
kreeg een goede reputatie door de adequate bescherming tegen
overstromingen.
Ondanks het hoge beschermingsniveau doen zich in Nederland nog steeds
overstromingen voor. In 1993, 1995 en 1998 veroorzaakten overstroming
van de Rijn en Maas aanzienlijke schade. In 1995 werden zelfs 250.000
mensen geëvacueerd. Door het broeikaseffect zou het zeeniveau verder
kunnen stijgen, waardoor de kans op overstromingen in de toekomst
toeneemt. Daarnaast neemt de hoogte van het westelijk deel van het land
langzaam af. Langdurig streng watermanagement is noodzakelijk.
7. De Roraima bosbranden in Brazilië
In 1998 vlogen bossen in de noordelijke staat Roraima in Brazilië in
brand als gevolg van extreme droogte. Het vuur verspreidde zich over de
savanne, over grasland en in loofbossen. De branden kostten honderden
mensen het leven en de Yanimami indianen, een primitief volk in Brazilië,
werden met uitsterven bedreigt.
De meest waarschijnlijke oorzaak van de bosbranden is het aansteken van
stukken bos door boeren voor landwinning. In Brazilië worden vaak
stukken bos platgebrand om weer nieuw vruchtbaar land in gebruik te
kunnen nemen. Door de droogte bleef het vuur branden, en kon het zich
verspreiden.
Ongeveer 5,6 kilometer bos stond in brand. In het nieuws was te zien dat
vlammen en rook wel 30 meter de lucht in kwamen. De rook kleurde de
lucht zwart en schermde de zon af. Het vuur was niet onder controle te
krijgen, en verspreidde zich razendsnel door de harde wind. Uiteindelijk
werd meer dan 34.000 km2 bos vernietigd.
De snel verspreidende branden verwoestten een groot deel van het
bouwland en veel vee en wilde dieren werden gedood. De schade aan het
milieu was aanzienlijk. Volgens sommige milieuorganisaties zou het meer
dan 100 jaar duren voor het bos zich volledig zou herstellen. Volgens
schattingen werd 12-16% van de vegetatie in het gebied verwoest.
Een van de meest ernstige gevolgen van de bosbranden was
luchtverontreiniging. Veel mensen kregen last van de luchtwegen, maar
ook van andere symptomen. Volgens schattingen nam het aantal mensen met
luchtwegaandoeningen in de ziekenhuizen in 1998 met 3,2% toe, in
vergelijking met andere jaren. De kosten in de gezondheidssector waren
enorm hoog.
Andere gevolgen van de bosbranden voor de samenleving waren:
- Verstoring van grond- en luchttransport door de rook
- Potentiële bijdrage aan het broeikaseffect door de uitstoot van
broeikasgassen
- Achteruitgang waterkwaliteit
- Verstoring van het stroomnet
- Doden en verlies van eigendom
- Achteruitgang biodiversiteit
- Problemen met commerciële productie
De bosbranden in Roraima resulteerden in verschillende problemen. Hulp
van buitenaf kwam niet snel genoeg op gang om de verspreiding van het
vuur tegen te gaan. Er was geen externe communicatie tussen
verschillende brandweer organisaties. De juiste uitrusting en
luchtondersteuning ontbraken. Brandweerlieden waren in veel gevallen
onvoldoende getraind voor een situatie als deze. Boeren stopten niet met
het aansteken van stukken bos, zelfs niet na officiële waarschuwingen
vanuit de regering. Volgens de Braziliaanse wet is het nu verboden
stukken bos plat te branden tijdens het droge seizoen.
De bosbranden van 1998 zullen niet snel worden vergeten. Volgens
onderzoekers waren deze de ergste in de geschiedenis van de Amazone.
Overige bosbranden
Branden doen zich overal ter wereld voor in beboste gebieden.
Voorbeelden van andere grote bosbranden:
- 1871 bosbranden in Wisconsin en Michigan: 1,7 miljoen hectare verwoest
en 2.200 doden
- 1915 Grote Bosbrand van Siberië: 1 miljoen km2 land verwoest en door
de rook werd straling van de zon geblokkeerd, waardoor de temperatuur
daalde
- 1980 Canada: 4,8 miljoen hectare verwoest
- 1983 Aswoensdag branden in Zuid-Australië en Victoria: meer dan 0,5
miljoen hectare verwoest, waaronder 24 steden, bossen en grasland. 76
mensen werden gedood en er waren 3.500 gewonden
- 1988 Yellowstone National Park brand, VS: 650.000 hectare verwoest en
120 milljoen dollar aan kosten
- 1991 bosbranden in Oakland and Berkley, Callifornië: 25 doden en 150
gewonden, 2.886 huizen vernietigd, 1,5 miljoen dollar schade
- 1998 Indonesië: duizenden kilometers verre rookontwikkeling, waardoor
miljoenen mensen last van de luchtwegen kregen
- 2000 Cerro Grande branden in Nieuw Mexico: 235 huizen verwoest en
20.230 hectare verbrand
8. De Mount Pinatubo vulkaanuitbarsting op de Filippijnen
Mount Pinatubo is een actieve vulkaan die op het eiland Luzon in de
Fillipijnen ligt, op de grens van de provincies Pampagna, Balaan en
Zambales. Na meer dan 500 jaar een slapende vulkaan te zijn geweest,
barstte deze uit in 1991. Dit was meteen de grootste en meest
gewelddadige vulkaanuitbarsting van de 20ste eeuw. De vulkaan werd
actief door een aantal aardbevingen in de omgeving. Het veroorzaakte een
7 kilometer hoge atmosferische as kolom, bestaande uit 5 miljard kubieke
meter as. Op het hoogtepunt van de uitbarsting kwam de as wel 30
kilometer hoog. Vulkanische afzettingen, as en modderstromen verwoestten
een groot deel van het gebied om de vulkaan. Duizenden huizen werden
vernietigd tijdens de uitbarsting. De aswolk bedekte een gebied van
125.000 km2, waardoor het donker werd in centraal Luzon.
Het Fillipijnse Instituut voor Vulkanologie en Seismologie, onder
leiding van Raymundo Punongbayan, gaf binnen twee weken een waarschuwing
uit voor de kans op een grote uitbarsting. Door de vroege voorspelling
en waarschuwing konden zo’n 200.000 mensen op tijd worden geëvacueerd.
Wanneer de voorspellingen waren uitgebleven, had de uitbarsting
tienduizenden doden veroorzaakt. Gelukkig bleef het aantal doden nu
beperkt tot 847. verder raakten 173 mensen gewond, en werden 23 mensen
vermist. Veel mensen werden gedood door daken die instortten onder het
gewicht van de neerdalende as. Omdat bouwland onder as werd bedolven
stierven ook mensen van de honger. Tijdens de uitbarsting kwamen enorme
aantallen vee om het leven. Mensen stierven ook aan ziekten, omdat de
ziekenhuizen in de omgeving overvol waren.
Door de uitbarsting kwamen duizenden tonnen aerosolen in de atmosfeer
terecht, waardoor het effect over de hele wereld merkbaar was. Ongeveer
15 miljoen ton zwaveldioxiden veroorzaakte zure regen door
zwavelzuurvorming. De temperatuur nam ongeveer 1oC af. De vernietiging
van de ozonlaag werd versneld.
Door de vulkaanuitbarsting werd de economische groei in omliggende
gebieden geremd. De reparatie van beschadigde gebouwen en dergelijke
kostte miljarden. Scholen en kantoorgebouwen moesten vaak opnieuw worden
opgebouwd.
In totaal werd zo’n 10 kubieke kilometer materiaal uitgestoten, en het
was de grootste uitbarsting sinds die van de Novarupta in 1912. de
uitbarsting was wel tien keer ernstiger dan die van Mount St. Helens in
1980.
Overige vulkaanuitbarstingen
Mount Pinatubo is niet de enige vulkaan die uitbarstte in de 20ste eeuw.
Vulkaanuitbarstingen komen al heel lang voor; in 79 voor Christus
barstte de Vesuvius in Italië uit. De uitbarsting verwoestte de steden
Pompeii en Herculaneum, en 15.000 mensen werden gedood. Zelfs nu nog
komen vulkaanuitbarstingen voor.
Voorbeelden van uitbarstingen in de afgelopen eeuwen:
- 1586 Kelut, Indonesië – 10.000 doden
- 1631 Vesuvius, Italië – 3.500 doden
- 1772 Papandayan, Indonesië – 3.000 doden
- 1783 Asama, Japan – 1.377 doden
- 1783 Laki, IJsland – 9.350 doden, de meesten door verhongering
- 1792 Mount Unzen, Japan – tsunami en 14.300 doden
- 1815 Tambora, Indonesië – 92.000 doden, door verhongering en ziekte
- 1882 Galunggung, Indonesië – 4.000 doden
- 1883 Krakatau, Indonesië – tsunami en 36.417 doden
- 1902 Mount Pelée, West-Indië – verwoesting van St. Pierre en 40.000
doden
- 1919 Kelut, Indonesië – 5.110 doden
- 1951 Lamington, Papua Nieuw Guinea – 3.000 doden
- 1963 Aguna, Indonesië – 1.184 doden
- 1982 El Chichon, Mexico – 2.000 doden
- 1985 Nevado del Ruiz, Columbië – dodelijke modderstroom; 25.000 doden
- 1991 Mount Unzen, Japan
- 1994 Rabaul, Papua Nieuw Guinea
- 1997 Soufrière Hills, Montserrat, West-Indië
- 2004 Manam, Indonesië – 10.000 man geëvacueerd, de meesten wonen nog
steeds in vluchtelingenkampen
Lees hier meer over de
milieueffecten van
vulkaanuitbarstingen
9. De tornado van 1952 in Ellington, Missouri
De Verenigde Staten kent een eigen geschiedenis van tornado’s, die doden
en verwoesting tot gevolg hadden. Ongeveer 80% van alle tornado’s doen
zich voor in de VS, met name op de Great Plains. Een tornado bestaat uit
een snel roterende stroom van lucht, die een trechter vormt (zie foto).
Tornado’s worden schadelijk wanneer de trechter de aarde raakt. Door
winden van 250-300 km/ uur worden voorwerpen opgetild tot meer dan 100
ton in gewicht. Hele meren kunnen worden leeggezogen. Tornado’s
veroorzaken verwoesting in een gebied dat meestal 1 km breed is, en
10-20 km lang.
In 1925 kwam een gewelddadige F5 tornade (zie onder) tot stand bij
Ellington, Missouri in de VS. Deze blies over een aantal stadjes in
Missouri, Illinois en zelfs Indiana. De tornado kende het hoogste
dodental en de meest extreme verwoesting van alle tornado’s in de
geschiedenis van de VS. De tornado blies door een bergkam waar een
aantal mijnen en stadjes lagen. De stadjes werden getroffen door de
vernietigende winden die de tornado veroorzaakte (Tabel 5).
Door de grote hoeveelheid stof in het gebied was de tornado niet goed
zichtbaar. Door de lage zichtbaarheid en de grote snelheid van de
tornado werden veel mensen erdoor verrast. Hierdoor werden in
verschillende steden veel mensen gedood.
Toen de tornado bij West Fronkfort kwam waren veel mannen aan het werk
in de mijn. Ongeveer 800 mijnwerkers moesten tijdens een stroomuitval
wachten tot ze weer naar boven konden, terwijl de tornado hun huizen
verwoestte. De 127 doden en 450 gewonden in het stadje waren vooral
vrouwen en kinderen.
Tabel 5: dodental van de tornado in verschillende staten en steden
|
Staat |
Stad |
Dodental |
|
Missouri |
Ellington |
1 |
|
|
Annapolis |
2, 75 gewonden |
|
|
Perry County |
1 |
|
|
Bollinger County |
32 |
|
|
Overig |
13 |
|
Illinois |
Gorham |
34, stad
volledig verwoest |
|
|
Desoto |
69 |
|
|
Murphysboro |
234 |
|
|
Parrish |
22 |
|
|
West Frankfort |
127, 450
gewonden |
|
|
Hamilton/ Whit
County |
65 |
|
Indiana |
Princeton |
71 |
De tornado in Missouri had het hoogste dodental en de hardste winden van
alle tornado’s in de VS. In total kwamen 671 mensen om het leven, en
raakten 2.027 mensen gewond. Tornado’s komen nog steeds voor en wanneer
men er in de toekomst weer door wordt verrast zou het record van deze
tornado wel eens verbroken kunnen worden.
De Fujita schaal
Net als bij aardbevingen wordt de kracht van tornado’s gemeten volgens
een bepaalde schaal, deze heet de Fujita schaal. De schaal werd in 1971
geïntroduceerd door Theodore Dujita van de Universiteit van Chicago en
Allan Pearson, de directeur van het Forecast Centre in Kansas City,
Missouri. De schaal is gebaseerd op de intensiteit van de schade aan
menselijke gebouwen. De F schaal van de tornado wordt bepaald nadat deze
schade heeft veroorzaakt, door middel van satellietbeelden, ooggetuigen
verslagen en zichtbare schade. In totaal zijn er zes categorieën.
Tabel 6: categorieën van de Fujita tornado schaal
|
Schaalgetal |
Windsnelheid (km/ uur) |
Schade |
|
F1 |
73-115 |
Licht – gebroken boomtakken en wat schade
aan schoorstenen |
|
F2 |
116-180 |
Aanzienlijk – daken van huizen geblazen en
wat auto’s opgetild |
|
F3 |
181-250 |
Zwaar – muren beschadigd, auto’s de lucht
in en veel bomen ontworteld |
|
F4 |
251-330 |
Verwoestend – auto’s en slecht
geconstrueerde huizen rondgezwaaid |
|
F5: Twister |
331-415 |
Ongelooflijk – sterke huizen uit de vogen
en weggeblazen, alles ter grootte van een auto wordt meer dan
100 meter weggeblazen |
|
F6: Supertwister |
416-510 |
Onvoorstelbaar – bovenste einde van de F5
categorie |
Overige tornado’s
Tornado’s komen al vele eeuwen voor in de VS. Voorbeelden van andere
tornado’s:
- 1840 Natchez: 317 doden, 109 gewonden
- 1869 St. Louis: 255 doden, 1000 gewonden
- 1884 Great Southern Tornadoes (60): 170 doden
- 1890 Louisville: 125 doden
- 1899 New Richmond: 117 doden, 200 gewonden
- 1908 Texas/ Georgia: 320 doden, 770 gewonden
- 1913 Omaha, Nebraska: 94 doden, 350 gewonden
- 1920 Mississippi/ Alabama: 224 doden
- 1927 Missouri/ Arkansas/ Texas: 217 doden
- 1932 Alabama/ Georgia/ Tennessee: 330 doden
- 1936 Tupelo, Mississippi: 216 doden, 700 gewonden
- 1936 Gainesville, Georgia: 203 doden, 1.600 gewonden
- 1944 West Virginia: 144 doden
- 1945 Oklahoma: 102 doden
- 1947 Texas/ Oklahoma/ Kansas: 181 doden, 970 gewonden
- 1952 Arkansas: 208 doden
- 1953 Waco: 114 doden, 597 gewonden
- 1953 Flint: 115 doden, 844 gewonden
- 1955 Udall, Kansas: 115 doden (helft van de bevolking)
- 1965 Palm Sunday Outbreak: 271 doden
- 1966 Mississippi/ Alabama: 61 doden
- 1971 Mississippi Delta Outbreak: 119 doden, 1000 gewonden
- 1974 Xenia, Ohio: 350 doden
- 1979 Wichita Falls: 60 doden, 1.740 gewonden
- 1984 Carolina: 67 doden, 1.248 gewonden
- 1994 Georgia/ South Carolina: 42 doden, 320 gewonden
- 1999 Texas/ Oklahoma/ Kansas: 45 doden, 775 gewonden
Meerdere tornado’s hebben verwoesting aangericht in verschillende
regionen in de VS. Bovengenoemde zijn slechts voorbeelden van de schade
die een tornado aan kan richten.
10. De zandstormen van Beijing en Queensland
Volgens schattingen blazen zandstormen jaarlijks zo’n 5,5 miljoen
kubieke meter woestijnzand van Afrika naar de Noordoostelijke Amazone in
Brazilië. Zandstormen komen overal ter wereld voor. De natuurlijke
functie van een zandstorm is vervanging van de bodemlagen en het
verspreiden van nutriënten van het ene deel van de wereld naar het
andere. IJzer en andere nutriënten worden richting zee geblazen, waar
mariene ecosystemen ze gebruiken. De regenwouden van Centraal en Zuid
Amerika gebruiken ook nutriënten uit zandstormen in de Sahara.
Oorzaken van zandstormen zijn onder meer droogte, landbouwactiviteiten
en begrazing. Professor in de Geografie van de Oxford Universiteit,
Andrew Goudie, stelde in 2001 dat auto’s die in de Sahara rijden ook
zandstormen kunnen veroorzaken.
Zandstormen nemen toe als gevolg van ontbossing en woestijnvorming in
verschillende regionen. Hierdoor zijn een aantal landen begonnen met
herbebossing.
Overgevoelige en allergische mensen krijgen last van zandstormen, omdat
deze niet alleen nutriënten, maar ook microben en pollen verplaatsen.
Voor de meeste mensen zijn zandstormen echter alleen een bron van
ergernis, omdat de zichtbaarheid vermindert en alles bedekt wordt met
een dikke laag stof.
China – In 1998 werd Beijing getroffen door een gewelddadige
zandstorm, waardoor de lucht betrok. Het was de ergste zandstorm in meer
dan een eeuw. Stof werd vanuit de Gobi woestijn bij Mongolië naar de
stad geblazen. Tenminste 12 mensen werden vermist, en er ontstonden
problemen met de watervoorziening. Drie bouwvakkers werden gedood toen
harde winden ijzerdraad en asfalt van een twee verdiepingen tellend
gebouw naar beneden blies.
Mensen zochten beschutting, en gebruikten handdoeken en hoofddoeken om
hun gezichten te bedekken. Het verkeer werd in de meeste gebieden
stilgelegd. Op de drukste straten was de zichtbaarheid gedaald tot
slechts 500 meter.
Scholen in China en Noord-Korea werden gesloten na aanvang van de
zandstorm, en zelfs Rusland besloot enkele scholen dicht te gooien. In
de hoofdstad van Zuid-korea, Seoel, werden kinderen en ouderen
aangeraden binnen te blijven om ademhalingsproblemen te voorkomen.
Ongeveer 35 binnenlandse vluchten in Seoel werden onmiddellijk
geannuleerd, en nog 70 werden geannuleerd net voor ze vertrokken.
In totaal werden meer dan 100 miljoen mensen getroffen door de zandstorm.
Men denkt dat de storm werd veroorzaakt door droog weer en aanhoudende
wind, en door ploegen van grasland. De Chinese overheid wilde de
gevolgen van toekomstige zandstormen voorkomen door een groene ring van
bomen rond Beijing te planten.
Australië – In 2002 werd Queensland getroffen door een hevige
zandstorm. Regionale vliegvelden werden gesloten, en burgers werd
verzocht binnen te blijven. In gebieden met weinig vegetatie nam het
zicht af tot 50 meter. Bij Chaleville, Zuid Queensland was de zandstorm
merkbaar tot op 6 km hoogte. Meer dan een miljoen ton stof werd het
gebied in geblazen. Sommigen beweren dat dit de ergste zandstorm was in
20 jaar.
De oorzaak van de zandstorm zou een verandering van de windrichting zijn.
Net als in Beijing werden mensen met astma, kinderen en ouderen
geadviseerd binnen te blijven om ademhalingsproblemen te voorkomen.
Auto’s moesten met dimlicht aan rijden. Veel vliegvelden werden gesloten.
Overige zandstormen
Zandstormen komen vrij vaak voor. Zelfs in Europa ziet men soms het
resultaat van een zandstorm als een stoflaagje op de auto’s.
Voorbeelden van andere zandstormen zijn:
- 1901 zandstorm van de Sahara Sahara naar Europe en de Oeral
- 1928 zandstorm van de Oekraine naar Romanië en Polen
- 1930-1931 zandstorm in de Oklahoma Panhandle regio, rode sneeuw
viel in Engeland, en veel mensen warden geëvacueerd
- 1930 zandstorm in mid-westelijke VS
- 2001 zandstorm van Azië naar de VS
Bronnen
- McKinney, M.L., Schoch, R.M., Environmental Science: Systems and
Solutions, 3e druk, Jones and Bartlett Publishers, Sudbury
Massachusetts 2003
- Encyclopedie:
http://www.wikipedia.org
- Richter schaal:
http://www.seismo.unr.edu
- Arseen probleem: BBC News, Unesco Courier
- Aardbevingen Turkije:
http://www.earthquakes.bgs.ac.uk/turkey_nov99.htm
- Overstroming:
http://www.bibliotheek.nl
- Vulkaanuitbarstingen: verscheidene websites
- Bosbranden: Daniela Hart, Brazilian Wildfires Threaten Indians,
The Washington Post March 1998 and FOA organization, South American
Region Fire Assessment, 2003
- Tornado’s:
http://www.tornadoproject.com
- Zandstormen: BBC News, Herald Sun, MSNBC, en New York Times |