Lucht FAQ
Veel gestelde vragen
Zoek : Contact
Luchtkwaliteit
Welke factoren bepalen de luchtkwaliteit?De lucht die wij inademen heeft een samenstelling van duizenden stoffen. De bekendste stofen zijn stikstof, zuurstof en waterdamp. Zonder deze stoffen is er geen leven mogelijk op aarde. De kwaliteit van de lucht wordt bepaald door de samenstelling van de lucht. De aan- of afwezigeid van bepaalde stoffen en de concentraties waarin deze stoffen voorkomen bepalen de kwaliteit van de lucht. De luchtkwaliteit wordt dan ook uitgedrukt in de concentratie of intensiteit van verontreinigende stoffen (bijvoorbeeld de concentratie SO2 (stikstofdioxide), stof en roet), organismen (bijvoorbeeld het aantal pollen of microorganismen) en fysische verschijnselen (bijvoorbeeld de troebelheid).
Wie maken beleid voor de luchtkwaliteit?Een groot aantal internationale overheden houdt zich tegenwoordig bezig met de luchtkwaliteit. Luchtverontreiniging is tenslotte grensoverschrijdend. De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt een aantal richtwaarden aan voor verontreinigende stoffen die effecten hebben op de gezondheid. In Agenda 21 behandelen de Verenigde Naties de luchtverontreiniging en de Economische Commissie voor Europa van de VN heeft een aantal internationale overeenkomsten en protocollen uitgewerkt.
In tegenstelling tot het beleid met betrekking tot de lozing van (gevaarlijke) stoffen in het water, begon men pas begin jaren 1980 in de Europese Unie beleid te ontwikkelen tegen de luchtverontreiniging. Dit beleid kwam pas zo laat op gang, omdat men het niet eens kon worden over de de eisen die men bijvoorbeeld wilde stellen aan de uitstoot van auto's. Tot die tijd stond het milieu nog niet zo hoog op de politieke agenda als de economie. Dit alles veranderde in 1983, toen men begon in te zien dat dankzij de door de verontreinigende stoffen in de lucht ontstane zure regen de bossen werden aangetast. Men kwam tot het inzicht dat luchtverontreiniging niet binnen de landsgrenzen blijft, maar een Europees, zelfs een mondiaal probleem is en ook op die schaal aangepakt moet worden. Er kwam een kaderrichtlijn voor industriële bedrijven. Ook werd er gepleit voor auto's met katalysator (nu verplicht) en loodvrije benzine. In de tweede helft van de jaren 1980 raakte de EU betrokken bij de internationale onderhandelingen ter bestrijding van de mondiale atmosferische verontreiniging. In 1985 werden het Verdrag van Wenen en het Protocol van Montreal om de ozonlaag te beschermen, respectievelijk stoffen die de ozonlaag afbreken, zoals CFK's, te verbieden, getekend. De Europese Unie is een steeds grotere rol gaan spelen in de milieuwetgeving en bij het vaststellen van normen. Voor stoffen zoals voor zwaveldioxide, zwevende deeltjes, stikstofoxiden, lood, benzeen, koolmonoxide en ozon zijn er normen opgesteld. De Europese Unie richt haar beleid ook nog steeds op het tegengaan van de verzuring en heeft daarom voor een aantal verzurende stoffen beleid gemaakt. Daarnaast worden er aan de hand van onderzoek blootstellingsnormen opgesteld. Hier in staat hoe lang een persoon aan een bepaalde hoeveelheid stof blootgesteld mag worden, zonder dat er effecten op de gezondheid optreden. Op dit moment is de Europese Unie bezig om de richtlijnen te vernieuwen en te verbeteren, zodat deze makkelijker door de verschillende lidstaten in het beleid ingevoerd kunnen worden.
Wat is het luchtverontreinigingsbeleid van de Nederlandse overheid?Het luchtverontreinigingsbeleid van de Nederlandse overheid bestaat uit emissiedoelstellingen om de milieudruk te verminderen en uit luchtkwaliteitsnormen om de concentraties die gemeten worden te toetsen. De Nederlandse normen voor de luchtkwaliteit die nu gehanteerd worden zijn afkomstig van de Europese Unie. Voor het toetsen van luchtkwaliteit bestaan normen voor chronische blootstelling en normen voor piekconcentraties ter bescherming van mens en ecosystemen. Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit meet en verzamelt alle gegevens over de kwaliteit van de lucht in Nederland. Sommige meetlocaties van het LML zijn ook onderdeel van internationale meetnetten. Gegevens van deze locaties worden gebruikt voor onderzoek van de luchtkwaliteit op internationale schaal.Voor het bewaken van de buitenlucht heeft de Nederlandse overheid voor een aantal luchtverontreinigende stoffen luchtkwaliteitseisen opgesteld. Dit zijn wettelijke eisen, wanneer de toegestane concentraties worden overschreden moeten er maatregelen worden genomen. Er worden een aantal waarden onderscheiden. Dit zijn:
- grenswaarde; deze mag van de wet niet worden overschreden
Grenswaarden in 2002:
2) Grenswaarde ter bescherming van ecosystemen3) Weergegeven zijn de "oude" grenswaarden voor ozon (invoering van nieuwe normen in 2003/2004)4) Gemiddelde over de periode mei t/m september voor het dagdeel van 9:00 tot 17:00 uur
- richtwaarde; men moet zoveel mogelijk voorkomen dat deze waarde wordt overschreden
- streefwaarde; wanneer men onder deze waarde blijft, zijn de risico's op effecten minimaal.
Voor smog hanteert men deze drempelwaarden:
Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de lokale luchtkwaliteit. Hierbij wordt er gelet op de concentraties zwaveldioxide, lood, stikstofdioxide, zwevende deeltjes, koolmonoxide en benzeen die in de lucht aanwezig zijn. Als de grenswaarden overschreden (gaan) worden, moeten er maatregelen worden genomen. Voor de werkvloer hanteert men de MAC-waarde (Maximaal Aanvaardbare Concentratie stof in de lucht op de werkplek.) Hierbij gaat men er van uit dat als iemand gedurende zijn arbeidsleven (40 jaar lang, 40 uur per week) aan een bepaalde concentratie van een stof wordt blootgesteld, dit geen effecten mag hebben op zijn eigen gezondheid of die van het nageslacht. Doorgaans liggen de MACwaarden veel hoger dan de luchtkwaliteitseisen, omdat de laatsten ook kwetbare groepen als baby's, ouderen en CARApatiënten moet beschermen.
Hoe wordt de luchtkwaliteit gemeten?Om een goed luchtverontreinigingsbeleid te kunnen voeren, is het belangrijk om te weten welke stoffen zich in welke mate in de lucht bevinden. In Nederland wordt de luchtkwaliteit op een aantal manieren gemeten: Bij industriele bedrijven wordt de emissie individueel gemeten. Hierbij maakt men gebruik van de gegevens die het bedrijf zelf heeft en worden er periodiek metingen gedaan. De emissies van huishoudens, het verkeer en grondgebruik worden collectief geregistreerd. Men kan de kwaliteit van de lucht meten bij de bron van een verontreiniging, men meet dan de emissie, de hoeveelheid verontreiniging die wordt uitgestoten. Daarnaast kan men ook in een gebied meten hoeveel verontreiniging zich in de lucht bevindt of vanuit de lucht is neergeslagen. De laatsgenoemde luchtkwaliteitsgegevens worden overal in Nederland gemeten door meetstations. De meeste van deze meetstations staan buiten de steden en meten de algemene luchtkwaliteit. Daarnaast houdt een aantal meetstations in steden en straten de plaatselijke luchtkwaliteit in de gaten. Daarbij gaat het vooral om de invloed van het wegverkeer. De meetgegevens worden verzameld bij het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Dit wordt onderhouden door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).Het meten van de luchtkwaliteit kan op verschillende manieren gebeuren. Een aantal voorbeelden: Men kan in het regenwater de concentratie van bepaalde stoffen meten. Ook kan men lucht met behulp van een pompje aan zuigen en dan door een filter leiden. De opgevangen stoffen kunnen dan geanalyseerd worden. Daarnaast kan men met behulp van licht bepalen hoeveel en wat voor deeltjes zich in de lucht bevinden en met wat voor een verontreiniging men te maken heeft. Niet alleen de kwaliteit en de samenstelling van de lucht worden gemeten. Ook wordt er gekeken naar de effecten van luchtverontreiniging op mensen, dieren, planten en materiaal. Aan de hand van al deze gegevens worden uiteindelijk luchtkwaliteitsnormen opgesteld voor de emissie van bepaalde stoffen.
Stank Een van de manieren waarop mensen zich het snelst bewust worden van luchtverontreiniging is stank. Wanneer een stof door mensen met het reukzintuig waargenomen kan worden, bezit het geur. Als deze waarneming als onprettig wordt ervaren, is er sprake van stank. Stank hoeft er niet altijd op te wijzen dat de lucht vervuild is met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid, maar het is wel hinderlijk. Het is moeilijk om te bepalen wat stank is, omdat ieder mens op een andere manier ruikt. Om stank te meten wordt er gebruik gemaakt van de menselijke neus en een luchtverdunningsapparaat (olfacometer). Het landelijk geurbeleid stamt uit de jaren tachtig. Voor die tijd had men al enige ervaring met afstandsrichtlijnen in de veehouderij, om het optreden van geurhinder te voorkomen. In de jaren tachtig was er behoefte aan kwantitatieve normen om geurhinder van industriële bedrijven te voorkomen. Deze normen werden opgesteld als richtlijnen voor vergunningverleners. In de Nederlandse Emissie Richtlijn lucht staat voor een aantal stoffen wat toegestaan is. Wanneer er geen sprake is van een emissie-eis of een bijzondere regeling, kan men gebruik maken van de hindersystematiek geur.
Bronnen:
EU-milieubeleid
Infomil.nl
[ Home ] [ Terug ] [ Meer Info ]
Copyright © 1998-2008 Lenntech Watertreatment - en LuchtbehandelingRotterdamseweg 402 M2629 HH DelftNederlandTel. 015-26.10.900Fax. 015-26.16.289info@lenntech .com