aktief aktieve actief actieve kool aktiefkool actiefkool actievekool aktievekool

 
Gifschepen

Laatst gewijzigd okt 2006
Door: SM Enzler MSc


Zoek :


Contact

Gifschepen: schoonmaken en afval dumpen

Het schoonmaken van de zogeheten ‘gifschepen’ en het opruimen het afval daaruit wordt sinds omstreeks 1970 vaak door Europese bedrijven uitbesteed aan bedrijven in Afrika en Azië. Deze bedrijven blijken in veel gevallen incompetent, waardoor giftig chemisch afval gedumpt wordt dat de lokale bevolking bedreigt. Ook komt het voor dat giftig afval tegen een zeer lage prijs en onder valse voorwendselen aan ontwikkelingslanden verkocht wordt.

In West-Afrika en Azië worden veel oude computers, telefoons en andere elektronische apparaten gedumpt. Deze worden verscheept voor reparatie, maar worden uiteindelijk vaak op vuilnisbelten achtergelaten of verbrand. Men verwacht dat dit vooral op de lange termijn bij de lokale bevolking gezondheidseffecten tot gevolg zal hebben. De sloop van bijvoorbeeld asbestschepen gebeurt vaak op speciale sloopstranden in Bangladesh, Pakistan, China, Noord-Korea of India, waar deze schepen dan een laatste vracht heen brengen. Daar kosten slopers namelijk vaak maar 25 cent per uur, in plaats van 30 euro. Deze slopers werken onder gevaarlijke omstandigheden, en tijdens de sloop wordt in deze landen weinig rekening met het milieu gehouden.

In 1988 werd in Bazel in Zwitserland een verdrag getekend waarin stond dat geïndustrialiseerde landen niet langer hun schepen en scheepsafval naar ontwikkelingslanden zouden transporteren. Helaas weigerden de Verenigde Staten, Canada en Australië dit verdrag te tekenen. Ook blijken zich ondanks het verdrag nog veel gevallen van het dumpen van scheepsafval in onder meer Afrika voor te doen. Duitse experts op het gebied van chemisch afval hebben al meer dan 80 dumplocaties in Afrika geïdentificeerd.

Hier volgen enkele voorbeelden van gifschepen.

Khian Sea (1986-1988)

Het schip Kian Sea vervoerde 14.000 ton giftige as uit afvalverbranders in Amerika. De bedoeling was de as te dumpen op een geconstrueerd eiland bij de Bahamas, maar dit werd geweigerd. Een groot deel van de as (4.000 ton) werd vervolgens illegaal op een strand in Haïti gestort onder de noemer oppervlaktebemesting, met als gevolg dat bewoners in de stad Gonaives gezondheidsproblemen kregen. De stad Pennsylvania leverde een geldelijke bijdrage om het strand te saneren.

Om de rest van het afval kwijt te raken veranderde het schip de naam in Felicia, en later in Pelecano. Twee jaar lang probeerde men zo het scheepsafval te dumpen in verschillende Noord-Afrikaanse, Midden-Amerikaanse en Aziatische landen, maar steeds opnieuw werd dit geweigerd. Uiteindelijk werd het afval onderweg in de Indische en Atlantische Oceaan gedumpt. De twee eigenaars van het schip werden in 1993 beschuldigd van vervalsing, en van opdracht geven tot de dump.

Karin B en Deepsea Carrier (1987)

Italiaanse zakenmannen sloten deals met Nigerianen. De Italianen vervoerden giftig chemisch afval vanuit verschillende industrieën naar Nigeria, waar het vervolgens in de achtertuinen van onwetende Nigerianen werd gedumpt, die in de veronderstelling waren dat de tonnen alleen bouwmaterialen bevatten.

Toen de afvalvaten maanden later begonnen te lekken, ontstond een behoorlijk schandaal. Het afval bleek PCBs te bevatten, en verder asbestvezels en dioxine. De regering van Nigeria huurde een aantal mensen in om het afval op te ruimen, maar deze werden ziek doordat onvoldoende beschermende kleding was geleverd. Symptomen waren onder andere misselijkheid, chemische verbrandingen en verlammingsverschijnselen.

De tankers Karin B en Deepsea Carrier namen uiteindelijk een groot deel van het afval mee terug richting Italië. Daar stuitte men echter op hevige protesten, waardoor het nog zeker twee jaar duurde voor beide schepen waren uitgeladen. Het afval werd naar opslagplaatsen gebracht en daar onderzocht en ontmanteld.

Otapan (2004-2006)

De Otapan was een schip gebouwd in 1965, dat volgens officiële rapporten een ton asbest zou bevatten. Dit diende als isolatiemateriaal om de leidingen in de machinekamer en om de hutten van de bemanning. Het schip lag al zeven jaar in Amsterdam te wachten op sloop, en bemanningsleden waren begonnen met het verwijderen van asbest en zetten deze in zakken aan dek. Het ministerie van VROM liet de zakken verwijderen.

Het schip zou in Turkije verder worden schoongemaakt en gesloopt. De papieren bij de Turkse werf bleken echter niet in orde te zijn. Er bleek eigenlijk wel 10.000 ton asbest in 54 ton asbesthoudend materiaal aan boord te zijn, en de Turkse autoriteiten stuurden het schip terug naar Nederland. Men kondigde aan dat een dergelijke hoeveelheid chemisch afval volgens het Verdrag van Bazel niet in Turkije kon worden opgeruimd. Turkse ministers stelden dat het gebeuren rond de Otapan als een waarschuwing moest worden gezien. Bij de kust van Turkije wachten nog 40 schepen om daar binnen te mogen varen voor de schoonmaak.

Het Turkse schoonmaakbedrijf reageerde verontwaardigd op het terugsturen van het schip, en stelde dat het hun reputatie niet ten goede kwam. Men stelde dat de Nederlandse autoriteiten een simpele misschatting hadden gemaakt van de hoeveelheid asbest, omdat zij niet in staat waren accurate metingen te doen. De Nederlandse autoriteiten lieten weten het schip terug te nemen, en de inschattingsfout werd aan het bedrijf verantwoordelijk voor het schip toegeschreven.

Momenteel dingen drie Nederlandse bedrijven naar de opdracht om asbest uit de Otapan te mogen halen, waaronder een bedrijf dat eerder al asbest uit het schip Sandrien haalde. Omdat asbest kankerverwekkend is, is de sloop van het schip tien keer duurder dan die van een schip zonder asbest. Verwijdering is namelijk erg arbeidsintensief, pijpleidingen zijn moeilijk bereikbaar, en de ruimtes moeten luchtdicht worden afgesloten tijdens de werkzaamheden. Na de asbestverwijdering zal het schip alsnog in Turkije gesloopt worden. Het slepen naar Turkije en de sloop worden door de Nederlandse overheid betaald.

Probo Koala (2006)

Spoelwater uit de tanker Probo Koala zou door Amsterdams reinigingsbedrijf APS worden verwerkt. Het was een zwarte vloeibare brei die volgens omwonenden behoorlijk stonk naar rotte eieren en rioleringswater. Omdat het spoelwater veel sterker vervuild bleek dan eerder werd gedacht, werd de schoonmaak veel duurder. Gevolg was dat het Nederlandse bedrijf Trafigura weigerde te betalen. De tanker vertrok naar Estland en werd geladen met olieproducten voor Nigeria. Trafigura wilde zo het afval aan Nigeria uitbesteden, maar ook hier werd een voor het bedrijf te hoge prijs gevraagd. Toen besloot Trafigura de schoonmaak uit te besteden aan bedrijf ITE in Ivoorkust, maar deze weigerden de klus omdat het schip al was aangemeerd en de schoonmaak niet 24 uur van tevoren verzocht was.

Uiteindelijk bood bedrijf Société Tommy aan de schoonmaak voor 15.500 euro waar te nemen. Het bedrijf bleek echter incompetent; het was niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en was gebaseerd op een tijdelijk samenwerkingsverband. Het chemisch afval werd buiten de stad Abidjan op vuilnisbelt Akwedo gestort. Door de stank kwamen veel omwonenden in verzet tegen de stort, waardoor de tankwagens de vuilnisbelt niet meer konden bereiken. Vervolgens zijn de chauffeurs het afval ongezien gaan storten op verschillende plaatsen bij woonwijken en industriegebieden. Gevolg was dat ten minste zeven mensen overleden en nog eens 40.000 mensen ziek werden. Symptomen waren onder andere bloedneuzen, diarree, misselijkheid, oogirritatie en ademhalingsproblemen. Na aftreden van de regering konden de zieken zich melden bij ziekenhuizen voor gratis behandeling.

Een aantal mensen van onder meer Trafigura en Société Tommy werden gearresteerd. Na onderzoek bleek het afval uit de Probo Koala een ongewoon hoge concentratie waterstofsulfide (H2S) te bevatten, waardoor het zenuwstelsel aangetast wordt. Het bleek ook helemaal niet om spoelwater te gaan, werd geconcludeerd uit de hoge pH waarde (>10) en de aanwezigheid van grote hoeveelheden natronloog, organochloorverbindingen zoals PCBs, en vluchtige verbindingen zoals benzeen en tolueen. Men denkt nu dat het spoelwater vermengd is met afgewerkte olie, en justitie heeft geoordeeld dat dit afval nooit Nederland had mogen verlaten. Het schip is vanuit Ivoorkust naar Estland teruggevaren, en daar werd het vastgehouden omdat men dacht dat er een plan was afval te lozen in de Baltische Staten. Het land beloofde een volledig toxicologisch onderzoek van de inhoud van de tanker. Uiteindelijk kreeg de Probo Koala toestemming het land weer te verlaten.

Lees meer over het schoonmaken van scheepsbaarden


Bronnen

American.edu
Haagse Courant
NRC Handelsblad
RTL nieuws
Sunday Herald
Sympatheia
Trouw
Turks.us
Wikipedia 

[ Home ] [ Terug ] [ Meer Info ]

Copyright © 1998-2008 Lenntech Watertreatment - en Luchtbehandeling
Rotterdamseweg 402 M
2629 HH Delft
Nederland
Tel. 015-26.10.900
Fax. 015-26.16.289
info@lenntech .com