|
Het schoonmaken van de zogeheten ‘gifschepen’ en het
opruimen het afval daaruit wordt sinds omstreeks 1970 vaak door Europese
bedrijven uitbesteed aan bedrijven in Afrika en Azië. Deze bedrijven
blijken in veel gevallen incompetent, waardoor giftig chemisch afval
gedumpt wordt dat de lokale bevolking bedreigt. Ook komt het voor dat
giftig afval tegen een zeer lage prijs en onder valse voorwendselen aan
ontwikkelingslanden verkocht wordt. In West-Afrika en Azië worden veel
oude computers, telefoons en andere elektronische apparaten gedumpt.
Deze worden verscheept voor reparatie, maar worden uiteindelijk vaak op
vuilnisbelten achtergelaten of verbrand. Men verwacht dat dit vooral op
de lange termijn bij de lokale bevolking gezondheidseffecten tot gevolg
zal hebben. De sloop van bijvoorbeeld asbestschepen gebeurt vaak op
speciale sloopstranden in Bangladesh, Pakistan, China, Noord-Korea of
India, waar deze schepen dan een laatste vracht heen brengen. Daar
kosten slopers namelijk vaak maar 25 cent per uur, in plaats van 30
euro. Deze slopers werken onder gevaarlijke omstandigheden, en tijdens
de sloop wordt in deze landen weinig rekening met het milieu gehouden.
In 1988 werd in Bazel in Zwitserland een verdrag getekend waarin stond
dat geïndustrialiseerde landen niet langer hun schepen en scheepsafval naar
ontwikkelingslanden zouden transporteren. Helaas weigerden de Verenigde
Staten, Canada en Australië dit verdrag te tekenen. Ook blijken zich
ondanks het verdrag nog veel gevallen van het dumpen van scheepsafval in
onder meer Afrika voor te doen. Duitse experts op het gebied van
chemisch afval hebben al meer dan 80 dumplocaties in Afrika
geïdentificeerd.
Hier volgen enkele voorbeelden van gifschepen.
Khian Sea (1986-1988)
Het schip
Kian Sea vervoerde 14.000 ton giftige as uit afvalverbranders
in Amerika. De bedoeling was de as te dumpen op een geconstrueerd eiland
bij de Bahamas, maar dit werd geweigerd. Een groot deel van de as (4.000
ton) werd vervolgens illegaal op een strand in Haïti gestort onder de
noemer oppervlaktebemesting, met als gevolg dat bewoners in de stad
Gonaives gezondheidsproblemen kregen. De stad Pennsylvania leverde een
geldelijke bijdrage om het strand te saneren.
Om de rest van het afval
kwijt te raken veranderde het schip de naam in Felicia, en later in
Pelecano. Twee jaar lang probeerde men zo het scheepsafval te dumpen in
verschillende Noord-Afrikaanse, Midden-Amerikaanse en Aziatische landen,
maar steeds opnieuw werd dit geweigerd. Uiteindelijk werd het afval
onderweg in de Indische en Atlantische Oceaan gedumpt. De twee eigenaars
van het schip werden in 1993 beschuldigd van vervalsing, en van opdracht
geven tot de dump.
Karin B en Deepsea Carrier (1987)
Italiaanse zakenmannen sloten deals met Nigerianen. De Italianen
vervoerden giftig chemisch afval vanuit verschillende industrieën naar
Nigeria, waar het vervolgens in de achtertuinen van onwetende Nigerianen
werd gedumpt, die in de veronderstelling waren dat de tonnen alleen
bouwmaterialen bevatten.
Toen de afvalvaten maanden later begonnen te lekken, ontstond een
behoorlijk schandaal. Het afval bleek
PCBs te bevatten, en verder
asbestvezels en dioxine. De regering van Nigeria huurde een aantal
mensen in om het afval op te ruimen, maar deze werden ziek doordat
onvoldoende beschermende kleding was geleverd. Symptomen waren onder
andere misselijkheid, chemische verbrandingen en
verlammingsverschijnselen.
De tankers Karin B en Deepsea Carrier namen uiteindelijk een groot deel
van het afval mee terug richting Italië. Daar stuitte men echter op
hevige protesten, waardoor het nog zeker twee jaar duurde voor beide
schepen waren uitgeladen. Het afval werd naar opslagplaatsen gebracht en
daar onderzocht en ontmanteld.
Otapan (2004-2006)
De
Otapan was een schip gebouwd in 1965, dat volgens officiële rapporten een ton
asbest
zou bevatten. Dit diende als isolatiemateriaal om de leidingen in de
machinekamer en om de hutten van de bemanning. Het schip lag al zeven
jaar in Amsterdam te wachten op sloop, en bemanningsleden waren begonnen
met het verwijderen van asbest en zetten deze in zakken aan dek. Het
ministerie van VROM liet de zakken verwijderen.
Het schip zou in Turkije verder worden schoongemaakt en gesloopt.
De papieren bij de Turkse werf bleken echter niet in orde te zijn. Er
bleek eigenlijk wel 10.000 ton asbest in
54 ton asbesthoudend materiaal aan boord te zijn, en de Turkse
autoriteiten stuurden het schip terug naar Nederland. Men kondigde aan dat een
dergelijke hoeveelheid chemisch afval volgens het Verdrag van Bazel niet
in Turkije kon worden opgeruimd. Turkse ministers stelden dat het
gebeuren rond de Otapan als een waarschuwing moest worden gezien. Bij de kust van Turkije wachten nog 40 schepen om daar
binnen te mogen varen voor de schoonmaak.
Het Turkse schoonmaakbedrijf reageerde verontwaardigd op het
terugsturen van het schip, en stelde dat het hun reputatie niet ten
goede kwam. Men stelde dat de Nederlandse autoriteiten een simpele
misschatting hadden gemaakt van de hoeveelheid asbest, omdat zij niet in
staat waren accurate metingen te doen. De Nederlandse
autoriteiten lieten weten het schip terug te nemen, en de
inschattingsfout werd aan het bedrijf verantwoordelijk voor het schip
toegeschreven. Momenteel dingen drie
Nederlandse bedrijven naar de opdracht om asbest uit de Otapan te mogen
halen, waaronder een bedrijf dat eerder al asbest uit het schip Sandrien
haalde. Omdat asbest kankerverwekkend is, is de sloop van het schip tien
keer duurder dan die van een schip zonder asbest. Verwijdering is
namelijk erg arbeidsintensief, pijpleidingen zijn moeilijk bereikbaar,
en de ruimtes moeten luchtdicht worden afgesloten tijdens de
werkzaamheden. Na de asbestverwijdering zal het schip alsnog in Turkije
gesloopt worden. Het slepen naar Turkije en de sloop worden door de
Nederlandse overheid betaald.
Probo Koala (2006)
Spoelwater uit de tanker Probo Koala zou door Amsterdams
reinigingsbedrijf APS worden verwerkt. Het was een zwarte vloeibare brei
die volgens omwonenden behoorlijk stonk naar rotte eieren en
rioleringswater. Omdat het spoelwater veel sterker vervuild bleek dan
eerder werd gedacht, werd de schoonmaak veel duurder. Gevolg was dat het
Nederlandse bedrijf Trafigura weigerde te betalen. De tanker vertrok
naar Estland en werd geladen met olieproducten voor Nigeria. Trafigura
wilde zo het afval aan Nigeria uitbesteden, maar ook hier werd een voor
het bedrijf te hoge prijs gevraagd. Toen besloot Trafigura de schoonmaak
uit te besteden aan bedrijf ITE in Ivoorkust, maar deze weigerden de
klus omdat het schip al was aangemeerd en de schoonmaak niet 24 uur van
tevoren verzocht was.
Uiteindelijk bood bedrijf Société Tommy aan de schoonmaak voor 15.500
euro waar te nemen. Het bedrijf bleek echter incompetent; het was niet
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en was gebaseerd op een
tijdelijk samenwerkingsverband. Het chemisch afval werd buiten de stad
Abidjan op vuilnisbelt Akwedo gestort. Door de stank kwamen veel
omwonenden in verzet tegen de stort, waardoor de tankwagens de
vuilnisbelt niet meer konden bereiken. Vervolgens zijn de chauffeurs het
afval ongezien gaan storten op verschillende plaatsen bij woonwijken en
industriegebieden. Gevolg was dat ten minste zeven mensen overleden en
nog eens 40.000 mensen ziek werden. Symptomen waren onder andere
bloedneuzen, diarree, misselijkheid, oogirritatie en
ademhalingsproblemen. Na aftreden van de regering konden de zieken zich
melden bij ziekenhuizen voor gratis behandeling.
Een aantal mensen van onder meer Trafigura en Société Tommy werden
gearresteerd. Na onderzoek bleek het afval uit de Probo Koala een
ongewoon hoge concentratie
waterstofsulfide (H2S) te bevatten, waardoor
het zenuwstelsel aangetast wordt. Het bleek ook helemaal niet om
spoelwater te gaan, werd geconcludeerd uit de hoge pH waarde (>10) en de
aanwezigheid van grote hoeveelheden natronloog, organochloorverbindingen
zoals PCBs, en vluchtige verbindingen zoals
benzeen en tolueen. Men
denkt nu dat het spoelwater vermengd is met afgewerkte olie, en justitie
heeft geoordeeld dat dit afval nooit Nederland had mogen verlaten. Het
schip is vanuit Ivoorkust naar Estland teruggevaren, en daar werd het
vastgehouden omdat men dacht dat er een plan was afval te lozen in de Baltische Staten. Het land beloofde een volledig toxicologisch onderzoek
van de inhoud van de tanker. Uiteindelijk kreeg de Probo Koala
toestemming het land weer te verlaten.
Lees meer over het schoonmaken van
scheepsbaarden
Bronnen
American.edu
Haagse Courant
NRC Handelsblad
RTL nieuws
Sunday Herald
Sympatheia
Trouw
Turks.us
Wikipedia
|