|
Het mangaangehalte
in zeewater ligt bij gemiddeld 0,03-2 ppb, maar het is relatief sterk
variabel. Bij rivierwater ligt deze waarde bij ongeveer 5 ppb.
Fytoplankton bevat normaal concentraties van 6-14 ppm (drogestofgehalte)
of meer. Hieruit kan men een bioconcentratiefactor van circa 104
tegenover zeewater concluderen. Zeevissen bevatten 0,3-4,6 ppm mangaan
en oesterweefsel ongeveer 17 ppm (drogestofgehalte). Een aantal
weekdieren kunnen het element sterk accumuleren.
In opgeloste vorm komt mangaan vooral als Mn2+ voor, in
zoutwater speelt echter ook MnCl+ een belangrijke rol.
Mangaan reageert onder normale omstandigheden niet met puur water.
Het kan echter wel vergelijkbaar met ijzer bij aanvullend contact met
zuurstof roesten.
Vooral de vaak voorkomende geoxideerde vormen van mangaan, zoals
bijvoorbeeld mangaan(IV)oxide, zijn in water meestal (slecht tot)
onoplosbaar. Mangaan(II)sulfaat is een voorbeeld voor een
mangaanverbinding die goed in water oplosbaar is. De oplosbaarheid van
de gehydratiseerde vorm van deze verbinding ligt bij 652 g/L.
Oplosbaarheid en waardoor deze beïnvloed
kan worden
Mangaan is op ijzer na het meest voorkomende metaal en het is in de
natuur bestanddeel van een aantal mineralen, zoals pyrolusiet of
manganiet, en ijzerertsen. Op de grond van de diepzee, maar ook van
kustgebieden of soms zelfs zoetwatermeren bevinden zich zogenoemde
mangaanknollen. Zij bevatten het element tot 27%, zijn zwart en meestal
vuistgroot. In kleine, maar toch vaak hinderlijke hoeveelheden komt
mangaan eigenlijk altijd in grondwater voor.
Voor commerciële doeleinden worden zowel in de natuur bestaande als
industrieel geproduceerde mangaanverbindingen gebruikt. De belangrijkste
gebruiksdoeleinden zijn waarschijnlijk in de productie van staal voor
bijvoorbeeld treinsporen, een aantal andere legeringen met onder andere
aluminium en batterijen te vinden. Ook magneten voor bijvoorbeeld tv’s
en computers worden met behulp van mangaan geproduceerd. Andere, vaak
organische mangaanverbindingen, worden als fungiciden en
antiklopmiddelen gebruikt. Voor de mangaanbemesting past men vaak
mangaansulfaat toe. Ook wordt deze verbinding graag aan veevoer
toegevoegd.
Verder zijn in rubber en keramiek mangaanverbindingen te vinden. Van
oudsher bekend is de methode om met behulp van mangaan de natuurlijke
lichtgroene tint van glas te verwijderen. Het dient bovendien als
pigment en katalysator in de industrie.
Kaliumpermanganaat is een sterke oxidator die bacteriën dood en daarom
graag in de afvalwaterbehandeling en drinkwaterbereiding wordt
toegepast.
Mangaan is voor alle organismen essentieel. Milieuschade veroorzaakt
door dit element, is eigenlijk niet bekend en het geldt als relatief
ontoxisch.
In normale luchtdroge grond zijn ongeveer 20-3000 ppm mangaan te vinden.
Voor planten is het van belang, omdat het onder andere voor de
fotosynthese wordt benodigd. Zij bevatten over het algemeen 10-200 ppm
(drogestofgehalte), waarbij de extremen tussen 1 en 700 ppm mangaan
liggen. Zowel verschijnselen van een tekort als ook
vergiftigingssymptomen zijn heel zeldzaam. Het vaakst komt toxiciteit
door mangaan nog in zure grond voor, omdat zijn oplosbaarheid in dit
geval stijgt. Ook de bemesting met gecomposteerde
boomschors verhoogd het mangaangehalte in de grond en door bedampen van
de grond als bestrijdingsmiddel gaat meer mangaan in oplossing. Vanaf
een mangaangehalte van 500 ppm in het drogestof van planten zijn
toxische effecten gebruikelijk. Terwijl het zeldzame mangaantekort tot
groeistoornissen leidt, veroorzaakt een overschot chlorose.
Van het door warmbloedige organismen opgenomen mangaan worden slechts
rond de 3% geresorbeerd, waarbij dit percentage bij ijzertekort stijgt.
Toch komt mangaantekort normaal hooguit bij dieren voor die op
mangaanarme weilanden grazen. Ook relatief grote overdoseringen kunnen
zonder zware gevolgen getolereerd worden. Het element wordt vooral in mitochondrienrijke organen, spieren en haarpigmenten opgeslagen.
Terwijl het Mn2+-ion als ongiftig wordt beschouwd, is het
permanganaation, MnO4-, toxisch. Mn3+
is de biologisch actieve vorm van het element die echter redelijk
instabiel is. Een aantal mangaanverbindingen, zoals mangaan(II)chloride
en mangaan(II)sulfaat, vertoonden een carcinogene werking bij
dierproeven.
Mangaanzuur is een van de weinige mangaanverbindingen die voor
milieuproblemen kunnen zorgen en als sterk watergevaarlijk geldt. In
wateren levende mangaanbacteriën zijn trouwens in staat om mangaan(II)-
en IJzer(II)zouten tot mangaan(III)- en IJzer(III)zouten te oxideren.
Van nature heeft mangaan een enkel stabiel isotoop. Inmiddels bestaan
ook negen radioactieve isotopen van het element.
Mangaan is ook voor de mens een essentieel element. Ondanks het lage
resorptiepercentage van ongeveer 5%, komen bij de gebruikelijke
dagelijkse inname van gemiddeld 2-4 mg bijna nooit tekorten voor. Ook
relatief grote innamen kunnen meestal zonder grotere problemen worden
verdragen. Dagelijks wordt een inname van tot 5 mg als ongevaarlijk
beschouwd.
Mangaan is tot ongeveer 0,2 ppm in het menselijke lichaam aanwezig en
wordt vooral in lever, nieren en andere mitochondrienrijke organen, de
musculatuur en haarpigmenten opgeslagen. Het activeert een groot aantal
enzymen of is bestanddeel van deze.
Bij de bijna nooit voorkomende vergiftigingen met mangaan worden vooral
het centrale zenuwstelsel en de nieren aangetast. Permanganaat is
duidelijk giftiger. Zo kunnen ongeveer 5-8 g kaliumpermanganaat (KMnO4)
voor de mens dodelijk zijn. Ook mangaanstof dat het zogenoemde
mangansime veroorzaakt, en mangaandampen gelden als veel gevaarlijker.
De afweercellen van de long kunnen bij inhalatie vernietigd worden.
Mangaanzouten werken waarschijnlijk voor een deel kankerverwekkend.
Alhoewel de milieu- en gezondheidseffecten van mangaan zeer beperkt
zijn, zijn het element en zijn verbindingen in water vaak ongewenst. In
drinkwater beïnvloeden hogere concentraties smaak en kleur. Op de was
kan mangaan dat vooral in zuurstofarm grondwater meestal samen met ijzer
voorkomt, bruinzwarte vlekken achterlaten. Daarom wordt mangaan ook vaak
samen met ijzer uit grondwater verwijderd.
De ontmanganing kan, afhankelijk van de verbinding, door
oxidatie (mangaanoxiden zijn onoplosbaar)
met daaropvolgende coagulatie
en filtratie, maar ook met behulp van
ionenwisselaars,
omgekeerde osmose en
elektrodialyse uitgevoerd worden.
Filtratie is vooral bij toepassing van bruinsteenfilters effectief.
Mangaanbacteriën kunnen mangaan(II)- en ijzer(II)zouten tot mangaan(III)-
en ijzer(III)zouten oxideren.
Kaliumpermanganaat wordt wegens zijn sterk oxiderende en bactericide
werking zelf graag in de waterbehandeling gebruikt.
In de EU-drinkwaterrichtlijn wordt voor mangaan een maximaal gehalte
van 0,05 mg/l toegestaan. In het Nederlandse Waterleidingbesluit heeft
men deze waarde overgenomen.
Literatuurverwijzingen
Terug naar het periodiek systeem der
elementen
Terug naar de overzicht van
elementen en water |
|
|
|
|