aktief aktieve actief actieve kool aktiefkool actiefkool actievekool aktievekool

 
Duurzaamheid en water


Zoek :


Contact

 

Duurzaamheid is een begrip dat gerelateerd is aan (milieu)effecten op de lange termijn. Het begrip kan op verscheidene manieren worden geïnterpreteerd. Dit heeft door de jaren heen tot de huidige gangbare definitie(s) geleidt. Het is een van de redenen voor de internationale acceptatie van duurzaamheid.
Duurzaamheid heeft gevolgen voor zowel waterbeheer als waterbeleid. Een van de vragen die daarbij wordt gesteld is welke invloed economische groei heeft op milieueffecten, bijvoorbeeld van waterverontreiniging. Kuznets heeft daarover een theorie ontwikkeld.
Dit hoofdstuk behandelt duurzaam waterbeheer en de theorie van Kuznets. Tevens wordt een theorie over de invloed van watergebruik op de economische ontwikkeling van een land beschreven. Verder wordt in een kostenbaten analyse het verschil behandeld tussen een bedrijf dat wel investeert in schone technologie op het gebied van water en een bedrijf dat deze investeringen niet maakt. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het effect van de discount rate in een kostenbaten analyse op duurzaam waterbeleid.

Duurzaamheid en waterbeheer

Duurzaamheid is een begrip dat al wordt aangewend sinds in 1972 het Club van Rome rapport “The Limits To Growth” werd gepubliceerd. Een van de conclusies in het rapport is dat onder andere bevolkingsgroei, industrialisatie en verontreiniging kunnen worden verminderd, waardoor een duurzame vorm van ecologische stabiliteit kan worden bereikt. In dit rapport wordt duurzaamheid echter als begrip nog niet direct gedefinieerd (Pestel, 1978).

Het begrip duurzaamheid werd op de politieke agenda geplaatst door het in 1987 verschenen rapport “Our Common Future”, of het Brundtland rapport waarin de term werd gedefinieerd als:

“voldoen aan de behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij af te doen aan het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien.”

Het Brundtland rapport is vernoemd naar Gro Harlem Brundtland, de directrice van de World Commission on Environment and Development (WCED) van de Verenigde Naties. Het gaf erkenning aan de term duurzaamheid, doordat het rapport is verschenen tijdens de derde milieugolf, welke midden jaren ’80 begon. Duurzaamheid kreeg rond die tijd tevens internationale erkenning (Perman et. al., 2003).

Milieu en ontwikkeling worden in het rapport gezamenlijk behandeld. Volgens het rapport stelt het milieu grenzen aan de toekomstige economische groei. Dit wil echter niet zeggen dat de economische groei gestaakt moet worden. Vooral in ontwikkelingslanden is groei nog steeds van belang. Duurzame economische groei kan worden gerealiseerd door het gebruik van materialen en energie efficiënter te maken. Toekomstige generaties zullen ook de mogelijkheid moeten hebben gebruikt te maken van natuurlijke bronnen en recreatieve mogelijkheden (de zogeheten ‘amenity values’) (Cunningham, 2004).

Het concept duurzaamheid vond weinig weerstand, omdat het als begrip weinig politieke lading had en omdat het op verschillende manieren kon worden geïnterpreteerd door economen en ecologen. Volgens economen is het van belang dat toekomstige generaties hetzelfde consumptieniveau hebben als de huidige generatie. Dat betekend echter niet dat op alle delen van de wereld eenzelfde consumptieniveau als in Europa moet worden gerealiseerd.
Wel betekent dit dat het niveau van gezondheid en veiligheid, de politieke stabiliteit en de kwaliteit van het leven moet worden verbreedt.
Gezondheid heeft niet per definitie te maken met het exploitatieniveau van natuurlijke bronnen dat momenteel in Europa plaatsvindt. Ecologen leggen bij duurzaamheid meer de nadruk op het intact houden van deze natuurlijke bronnen.

Nadat duurzaamheid als begrip was geïntroduceerd begon men duurzame ontwikkeling na te streven. Duurzame ontwikkeling moet worden nagestreefd op de lange termijn, niet slechts voor enkele jaren. Het moet beschikbaar zijn voor alle mensen, niet slechts voor een selecte groep (Cunningham, 2004; Perman et. al., 2003).

Door het nastreven van duurzame ontwikkeling werd het milieubeheer, en daarmee tevens het waterbeheer, wettelijk vastgelegd. Er kwam meer aandacht voor lange termijn effecten van interventies en voor mondiale milieuvraagstukken. Daarnaast werden de economische en sociale kanten van de milieuvraagstukken op de agenda geplaatst (Perman et. al., 2003).
Het afgelopen decennium is het begrip ‘duurzaam waterbeheer’ ontstaan als voortvloeisel uit duurzame ontwikkeling. Hiermee wordt bedoeld het winnen, gebruiken en retourneren van water onder voorwaarden. De voorwaarden zijn onder andere dat de natuurlijke voorziening van water niet mag worden overschreden en dat de kwaliteit van water niet mag worden aangetast bij lozing. Water moet zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Dat wil zeggen dat onttrekking geen verdroging mag veroorzaken en lozing geen verontreiniging.
In de jaren ’80, nadat het Brundtland rapport was verschenen, werden veel internationale projecten opgezet. Omdat deze vaak onhaalbaar bleken werd de afgelopen 15 jaar meer aandacht besteed aan nationaal waterbeheer. De voordelen hiervan zijn dat de effecten beter zijn te monitoren en het beter is te financieren. Duurzaam waterbeheer wordt echter wel nog steeds besproken in internationale conferenties, onder andere de Monitoring Tailor Trade conferentie in september 2003. Hier werden strategieën en werkwijzen besproken voor het verzamelen en analyseren van informatie ten behoeve van duurzaam waterbeheer (Stichting Deltawerken, 2004; Ruiter en Timmerman, 2004).
In Nederland is de eerder beschreven Kaderrichtlijn Water (KRW) een belangrijk instrument voor de realisatie van duurzaam waterbeheer (zie hoofdstuk 1). De Nederlandse overheid probeert onder andere de vraag naar water te beïnvloeden, lekkage in het distributiesysteem te verminderen en het (her)gebruik van regenwater te stimuleren. Op dit moment worden tevens projecten gefinancierd die het water meer ruimte moeten geven (RIZA, 2003).

De Environmental Kuznets Curve en het milieubeleid

Verscheidene milieu- en ontwikkelingseconomen hebben het bestaan van een Environmental Kuznets Curve (EKC, vernoemd naar Kuznets) onderkend. De EKC is een grafiek waarin de milieudruk is uitgezet tegen het inkomen per hoofd van de bevolking.
De theorie van de EKC suggereert dat met een stijgend inkomen in een land eerst de milieudruk zal stijgen, waarna vervolgens de milieukwaliteit verbeterd. Dit resulteert in een omgekeerde U-vormige curve voor milieudruk (fig. 2).
Figuur 2 toont aan dat in de beginstadia van economische groei in een land eerst de milieudruk zal toenemen doordat mensen meer gebruik van (milieu-) goederen en diensten gaan maken. De consumptie neemt toe. Wanneer echter een bepaalde hogere levensstandaard is bereikt, wordt meer nadruk gelegd op de kwaliteit van het milieu. Dit resulteert vervolgens in milieubeleid (institutionalisatie). Hierdoor zou volgens de theorie de milieudruk weer af gaan nemen. Dit is te zien in de figuur bij het “turning point” (keerpunt).
Dit keerpunt is afhankelijk van het milieuprobleem en het land waarin dit zich voordoet (Dasgupta et. al., 2001; Perman et. al., 2003).

Figuur 2: de Environmental Kuznets Curve (EKC)

Wanneer er daadwerkelijk een correlatie bestaat, betekent dit dat bij hogere economische groei het economische en politieke beleid van een land meer op milieu gericht zal worden, omdat daar vanuit sociale kringen op wordt aangestuurd. Met andere woorden; economische groei zou dan een middel zijn voor verbetering van de milieukwaliteit. Dit resulteert in een stimulatie van de economische groei. Ook het ontwikkelingsbeleid van ontwikkelingslanden zal zich dan richten op het stimuleren van de economische groei in die landen, zodat de milieudruk daar tevens zal gaan afnemen door institutionalisatie, nadat het keerpunt in de curve is bereikt door inkomensgroei.
Dit betekent echter wel dat het milieu blijvend wordt verontreinigd, omdat men ervan uit gaat dat door economische groei investeringen worden gedaan in de verbetering van het milieu. Daadoor zouden de milieuproblemen op den duur automatisch worden opgelost. Er zijn echter milieuproblemen die niet direct door milieu-investeringen zijn op te lossen, bijvoorbeeld boskap of bodemverontreiniging. Ook de uitstoot van broeikasgassen is een voorbeeld. Dit is een ontwikkeling die grotendeels nog onbekende lange termijn problematiek met zich meebrengt. De genoemde milieuproblemen zouden eigenlijk door middel van milieubeleid aangepakt moeten worden. Wanneer dit niet wordt gedaan, omdat er men ervan uit gaat dat milieu-investeringen voldoende zijn om de milieuproblemen terug te dringen, levert dit problemen op voor toekomstige generaties (Connely et. al., 2003).

Onderzoeken die de hypothese getest hebben, hebben uitgewezen dat deze geldig is voor sommige milieuproblemen, maar lang niet voor allemaal (fig. 3). Statistische analyse met behulp van gegevens uit ontwikkelingslanden geeft aan dat er milieuproblemen zijn die alleen beter worden naarmate er meer economische groei plaatsvindt. Een voorbeeld is de beschikbaarheid van veilig drinkwater. Tevens zijn er milieuproblemen waarvan de curve meer en meer stijgt bij groei van het inkomen, onder andere emissies van broeikasgassen (CO2, CH4).
Toch zijn er milieuproblemen die een EKC hebben welke de omgekeerde U-vorm aanneemt (fig. 2). Voorbeelden zijn luchtverontreinigingen in stedelijke gebieden (SO2) en verschillende verontreinigingen in rivieren (Dasgupta et. al., 2001).

Figuur 3: alternatieven van de EKC

De EKC geeft aan dat economische groei kan leiden tot verbetering van de milieukwaliteit voor sommige milieu-indicatoren. Dit betekent echter niet dat economische groei alleen voldoende is om een afdoende milieukwaliteit te realiseren. De milieueffecten van economische groei mogen niet worden ontkend. Natuurlijke hulpbronnen zijn niet onuitputtelijk en daardoor niet in staat ongelimiteerde economische groei te bekrachtigen. Wanneer natuurlijke hulpbronnen ongelimiteerd zouden worden geëxploiteerd, zal dat op de lange termijn ook weer een negatief effect hebben op de economische groei en daarmee voor toekomstige generaties. Hiermee is daarom geen duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen.

Een argument hiervoor is dat de EKC niet van toepassing is voor de algemene milieukwaliteit, hoewel dit door enkele economen wel wordt beweerd.
De EKC blijkt vooral van toepassing te zijn voor lokale, korte termijn verontreinigingen, bijvoorbeeld verzurende stoffen zoals SO2. Voor verontreinigingen welke problemen op de lange termijn en op internationaal niveau veroorzaken is de curve niet van toepassing (fig. 3). Een voorbeeld hiervan is het broeikasgas CO2. De Kuznets curve houdt ook geen stand voor de gevolgen van aantasting van voorraden van natuurlijke hulpbronnen, zoals de bodem, bossen en andere ecosystemen. Deze milieuschade is vaak onomkeerbaar.
In de EKC zijn effecten van beleidsmaatregelen op de bestrijding van emissies niet meegenomen. De bestrijding van verontreiniging kan gevolgen hebben voor aanwezige concentraties van andere verontreinigingen en voor andere landen. Dit geldt vooral voor (lucht)verontreinigingen welke grensoverschrijdend zijn. Het milieubeleid is minder effectief wanneer emissies gevolgen hebben voor andere (armere) landen, of voor een volgende generatie. Dit veroorzaakt grote verschillen in de invloed van toenemende economische activiteit op de milieukwaliteit, met wederom het gevolg dat de EKC niet altijd geldig is (Arrow et. al., 1995).

Economische ontwikkeling en watergebruik

Volgens verscheidene scenario’s zal waterschaarste toenemen als gevolg van toenemend watergebruik door verschillende economische sectoren. (Vörösmarty et. al., 2000) Men vreest dan ook dat er uiteindelijk een ‘water crisis’ zal uitbreken, welke het inkomen per hoofd van de bevolking van landen zal kunnen verminderen. Dit wil dus zeggen dat de economische groei afneemt als gevolg van waterschaarste door overmatig watergebruik.
Voor de meeste landen leidt het huidige watergebruik (nog) niet tot een afname van de economische groei. Van een aantal landen wordt echter wel beweerd dat een tekort aan zoet water de economische groei negatief kan gaan beïnvloeden.
Wanneer water wordt gezien als een publiek goed dat door de overheid verdeeld wordt, is het de taak van de overheid om waterschaarste te bestrijden. Of water inderdaad als publiek goed kan worden gedefinieerd, wordt besproken in hoofdstuk 3. De consumptie per hoofd van de bevolking daalt wanneer de overheid meer moet uitgeven om een land van water te voorzien, daarom beïnvloed de waterschaarste de economische groei.

Wanneer watergebruik in een economie wordt bepaald door de beschikbaarheid van water, kan de invloed van watergebruik op economische groei verschillen voor een economie met en een economie zonder waterschaarste.
In een land waar geen sprake is van waterschaarste groeien (water)consumptie en kapitaal per hoofd van de bevolking met dezelfde snelheid. Een sociaal efficiënt niveau van watergebruik maximaliseert daarom de economische groei.
Volgens Barbier (2004) is er een relatie tussen economische ontwikkeling en watergebruik, in de vorm van een omgekeerde U (fig. 4). In een grafiek waarin watergebruik en economische groei tegen elkaar worden uitgezet, is er een bepaald hoogste punt, waarin zowel het watergebruik als de economische groei het maximum bereiken (ρ* en g*). Aan beide kanten van dit maximum daalt de grafiek, omdat het watergebruik toe- of af kan nemen. Links van het hoogste punt kan watergebruik nog toenemen tot het sociaal efficiënte niveau is bereikt. Rechts van het maximum is het watergebruik hoger dan het sociaal efficiënte niveau, en zullen (beleids)maatregelen het watergebruik terug moeten dringen. In de meeste landen, zelfs de landen waar geen waterschaarste optreedt, is het huidige beleid voor watergebruik niet zodanig dat het sociaal efficiënte niveau wordt bereikt.

Figuur 4: de U-vormige curve van watergebruik (ρ) en economische groei(g) in een land

In een economie waar sprake is van waterschaarste treedt economische groei alleen op als de stijging van de marginale productiviteit van het kapitaal hoger is dan de kosten van middelen om een land van water te voorzien. Bovendien moeten er voldoende alternatieven voor waterwinning aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is, zal de omgekeerde U-vormige curve waarschijnlijk ook voor deze landen gelden. De landen bevinden zich dan op de stijgende helft van de curve, waardoor het watergebruik nog toe kan nemen. De landen waar geen sprake is van waterschaarste, bevinden zich op de dalende helft van de curve. Water wordt in deze landen gebruikt voor verscheidene doeleinden, bijvoorbeeld voor irrigatie in de landbouw, als (koel)water voor de industrie en voor algemene consumptie. Wanneer het watergebruik hoger is dan het sociaal efficiënte niveau zal meer watergebruik voor één doel, leiden tot een verminderde hoeveelheid beschikbaar water voor een ander doel. Het overmatige gebruik van water in deze landen is daarom inefficiënt.

Barbier (2004) gebruikt drie modellen om de hypothese van de omgekeerde U-vormige grafiek te toetsen. De resultaten hiervan geven aan dat de hypothese niet te verwerpen is.
De resultaten tonen ook aan dat in veel landen watergebruik geen beperkende factor is voor de economische groei. Voor een aantal landen kan het watergebruik nog toenemen, binnen bepaalde grenzen. Wanneer de groei te ver doorneemt is dit niet duurzaam.

Aan de toetsing zijn enkele beperkingen gesteld. De toetsing is gedaan voor verschillende landen. Daarbij is weggelaten dat waterschaarste een groter effect kan hebben in bepaalde regio’s of voor bepaalde economische sectoren in een land. Bepaalde bronnen welke grenzenoverschrijdend zijn vormen een bemoeilijking voor de analyse. In de analyse is het effect van de vermindering van hydrologische functies van ecosystemen op toekomstig watergebruik niet meegenomen.
Een hypothese welke in de analyse nog niet afdoende bewezen is, is dat economische groei meer wordt beïnvloed in landen met langdurige waterschaarste. Dit wil zeggen landen waarin minder dan 500 kubieke meter water per persoon per jaar beschikbaar is. Ook voor deze landen blijkt de hypothese van de omgekeerde U-vormige curve niet te kunnen worden verworpen (Barbier, 2004).

Wanneer de door Barbier geïntroduceerde relatie tussen watergebruik en economische groei bestaat, zullen landen trachten hun watergebruik op een sociaal efficiënt niveau te brengen. Daardoor kan de economische groei worden gemaximaliseerd. Wanneer het watergebruik onder het sociaal efficiënte niveau is, zal de overheid meer gebruik van water stimuleren. Wanneer teveel water wordt gebruikt, zal het waterbeleid zich richten op de vermindering van watergebruik, vooral door bedrijven.

Water is, zoals eerder werd vermeld, een publiek goed dat hoofdzakelijk door de overheid wordt beheerd. Wanneer de hypothese van Barbier waar is, zal een sociaal efficiënt niveau van watergebruik de economische groei van een land maximaliseren. Redenerend vanuit deze stelling zal privatisering plaats gaan vinden en zullen markten voor water worden gecreëerd. Dit zou mogelijk een meer efficiënt watergebruik kunnen garanderen dan het water te blijven gebruiken als een puur publiek goed (Barbier, 2004; Perman, 2003).

Kostenbaten analyse voor afvalwater in India

In veel steden in India veroorzaakt de industrie grondwater verontreinigingen door het dumpen van afvalwater. Dit heeft economische gevolgen door de invloeden op milieu en gezondheid. De wetgeving om deze gevolgen in te perken ontbreekt.

Voor een Indiaas bedrijf kan met behulp van een kostenbaten analyse worden bepaald, of er al dan niet in een afvalwaterzuivering moet worden wordt geïnvesteerd. Wanneer geen investering plaatsvindt, moet milieubelasting worden betaald aan de overheid voor de lozing van het afvalwater.
Het bedrijf start in 2005. Het verloop van de kosten en baten van het bedrijf en de winsten bij gebruik van een waterzuivering en bij gebruik van belasting als instrument zijn weergegeven in bijlage 1. In de bijlage zijn de milieu-uitgaven weergeven voor het bedrijf, voor zowel de situatie dat een waterzuivering wordt aangeschaft, als wanneer het bedrijf besluit belasting te betalen en de resulterende winsten.
Wanneer de waterzuivering wordt aangeschaft door het bedrijf zal in het eerste jaar de winst negatief zijn. Echter, op de langere termijn worden kosten bespaard ten opzichte van de belasting. Dit levert al vanaf 2006 een hogere winst op.
Ook voor de overheid is dit gunstiger, omdat in geval van het betalen van belasting het lozingsprobleem niet wordt opgelost. Het grondwater wordt in dat geval verder verontreinigd.

Voor het Indiase bedrijf zijn twee verschillende discount rates voorgesteld, namelijk 5% en 2%. Door middel van bepaling van de Net Present Value (NPV) kan worden nagegaan welk instrument het gunstigste resultaat geeft voor de verschillende discount rates.

De totale NPV’s van het bedrijf voor 20 jaar zijn:

Bij i = 0,05

Bij i = 0,02

NPVwazu = € 36.013,55

NPVwazu = € 53.855,18

NPVbelasting = € 37.042,54

NPVbelasting = € 53.065,03

Bij een discount rate van 5% zal in dit geval gekozen worden voor de belasting, omdat deze een hogere NPV geeft. Wanneer de discount rate 2% is zal worden gekozen voor de aanleg van een waterzuivering. Aan deze resultaten is af te leiden dat de discount rate die wordt gebruikt bepaald, welk instrument gekozen zal worden.
De waarde van de discount rate die wordt gekozen heeft grote invloed op de NPV. Bij een hogere discount rate (5%), is de invloed van toekomstige opbrengsten en kosten op de huidige waarde minder. Daardoor scoort de minder duurzame oplossing hoger bij een hogere discount rate.

Een discount rate is strijdig met het beginsel dat milieubeleid duurzaam zou moeten zijn, wanneer een te hoge discount rate wordt gekozen. Bij een lagere discount rate wordt zoals blijkt eerder gekozen voor de meest duurzame oplossing van een milieuprobleem dat door een bedrijf wordt veroorzaakt. Wanneer de discount rate te hoog is, kiest een bedrijf eerder voor het betalen van een compensatie voor de verontreiniging die zij veroorzaakt, dan voor een preventieve maatregel. Dit is niet duurzaam, omdat er dan niets aan de eigenlijke verontreiniging verandert. De verontreiniging zal daardoor ook in de toekomst gevolgen hebben voor de omgeving en voor de gezondheid van mensen.

Resultaten van de kostenbaten analyse

jaar

kosten

baten

 

wazu kosten

winst

NPV (i=0,05)

NPV (i=0,02)

 

belasting

winst

NPV (i=0,05)

NPV (i=0,02)

2005

9000.00

10000.00

 

5000

4000.00

-4000.00

-4000.00

 

150.00

850.00

850.00

850.00

2006

9450.00

10600.00

 

100

1050.00

1000.00

1029.41

 

165.00

985.00

938.10

965.69

2007

9922.50

11236.00

 

100

1213.50

1100.68

1166.38

 

181.50

1132.00

1026.76

1088.04

2008

10418.63

11910.16

 

100

1391.54

1202.06

1311.27

 

199.65

1291.89

1115.98

1217.37

2009

10939.56

12624.77

 

100

1585.21

1304.16

1464.49

 

219.62

1465.60

1205.75

1353.99

2010

11486.53

13382.26

 

100

1795.72

1406.99

1626.44

 

241.58

1654.15

1296.07

1498.21

2011

12060.86

14185.19

 

100

2024.33

1510.59

1797.55

 

265.73

1858.60

1386.91

1650.38

2012

12663.90

15036.30

 

100

2272.40

1614.95

1978.26

 

292.31

2080.09

1478.28

1810.84

2013

13297.10

15938.48

 

100

2541.38

1720.11

2169.04

 

321.54

2319.84

1570.16

1979.96

2014

13961.95

16894.79

 

100

2832.84

1826.07

2370.39

 

353.69

2579.14

1662.54

2158.11

2015

14660.05

17908.48

 

100

3148.43

1932.86

2582.81

 

389.06

2859.36

1755.40

2345.67

2016

15393.05

18982.99

 

100

3489.93

2040.49

2806.82

 

427.97

3161.96

1848.73

2543.05

2017

16162.71

20121.96

 

100

3859.26

2148.98

3043.00

 

470.76

3488.49

1942.52

2750.65

2018

16970.84

21329.28

 

100

4258.44

2258.34

3291.91

 

517.84

3840.60

2036.75

2968.91

2019

17819.38

22609.04

 

100

4689.66

2368.59

3554.17

 

569.62

4220.03

2131.40

3198.26

2020

18710.35

23965.58

 

100

5155.23

2479.75

3830.41

 

626.59

4628.64

2226.46

3439.15

2021

19645.87

25403.52

 

100

5657.65

2591.83

4121.29

 

689.25

5068.40

2321.89

3692.05

2022

20628.16

26927.73

 

100

6199.56

2704.85

4427.50

 

758.17

5541.39

2417.69

3957.46

2023

21659.57

28543.39

 

100

6783.82

2818.82

4749.75

 

833.99

6049.83

2513.83

4235.85

2024

22742.55

30256.00

 

100

7413.44

2933.75

5088.82

 

917.39

6596.06

2610.28

4527.74

2025

23879.68

32071.35

 

100

8091.68

3049.67

5445.47

 

1009.12

7182.55

2707.03

4833.65

 

321473.27

399927.27

 

 

 

36013.55

53855.18

 

 

 

37042.54

53065.03

De winst met gebruik van de waterzuivering is berekend door baten – kosten – wazu kosten in het betreffende jaar te nemen. De winst met gebruik van belasting wordt berekend op dezelfde manier (baten – kosten – belasting).
De totalen van de NPV worden gebruikt om de twee instrumenten te vergelijken en tevens twee verschillende discount rates (i) af te wegen.

Referenties

Arrow, K., Bolin, B., Constanza, R., Dasgupta, P., Folke, C., Holling, C.S., Jansson, B.O., Levin, S., Mäler, K.G., Perrings, C. and Pimentel, D. Economic Growth, Carrying Capacity and the Environment. Ecological Economics, 1995, 15: 91-95

Barbier, E., Water and Economic Growth. The Economic Record 80 (248), 2004: 1-16

Connely, J. and Smith, G., Politics and the Environment. From Theory to Practise, 2nd edition, Routhledge, London and New York, 2003

Cunningham, W.P. and Cunningham, M.A., Principles of Environmental Science. Inquiry and Applications. 2nd edition, McGraw-Hill, New York, 2004

Dasgupta, S., Laplante, B., Wang, H., and Wheeler, D., Confronting the Environmental Kuznets Curve. Journal of Economic Perspectives. 2002
www. 450.aers.psu.edu/development_environment.cfm. (15-03-2005)

Perman, R., Ma., Y., McGilvray, J. and Common, M., Natural Resource and Environmental Economics. 3rd edition, Pearson Education, Harlow, 2003

Pestel, E., Abstract of the Limits To Growth. A Report to The Club of Rome (1972), by Donella H. Meadows et. al. 1978

RIZA, 2003. Handboek Kaderrichtijn Water.
www.kaderrichtlijnwater.nl (17-03-2005)

Ruiter, H. en Timmerman, J., Trends in Water. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2004

Stichting Deltawerken, 2004. Duurzaam Waterbeheer.
www.deltawerken.com (17-03-2005)

[ Home ] [ Terug ] [ Meer Info ]

Copyright © 1998-2008 Lenntech Watertreatment - en Luchtbehandeling
Rotterdamseweg 402 M
2629 HH Delft
Nederland
Tel. 015-26.10.900
Fax. 015-26.16.289
info@lenntech .com