Mensen ontwikkelen verschillende perspectieven gedurende hun leven, en kijken op verschillende manieren tegen verschijnselen en situaties aan. Deze perspectieven bepalen ook hoe iemand het broeikaseffect en klimaatverandering zien. De theorie die hierbij hoort werd ontwikkeld door Professor John Adams aan de Universiteit van Londen. Let op dat de perspectieven die hier zijn beschreven onderdeel zijn van een model uit de sociologie. Er bestaan alternatieven voor deze theorie, en deze mag dan ook niet worden gezien als een absolute waarheid. Er zijn vier typen perceptie van de omgeving, welke door John Adams de 'mythen van de natuur' werden genoemd. Deze worden hieronder uitgelegd, en iedere mythe wordt afgebeeld door een bol die in een landschap beweegt.  | De eerste mythe betreft een robuuste natuur, dat wil zeggen dat verstoringen van evenwichten door de mens goed kunnen herstellen met de tijd, waarna het altijd in de natuurlijke staat terugkeert. |
 | De tweede mythe betreft een kwetsbare natuur, dat wil zeggen dat de natuur slecht tegen verstoringen door menselijk handelen kan; wanneer de natuur wordt verstoort keert deze niet automatisch terug in de oude staat. |
 | De derde mythe betreft een tolerante natuur, dat wil zeggen dat de natuur tot op zekere hoogte tegen verstoring kan. Wanneer verstoringen niet te ingrijpend zijn, zal de natuurlijke staat weer terugkeren. Grotere verstoringen vormen een bedreiging voor de natuurlijke balans. |
 | De vierde mythe betreft een grillige natuur, dat wil zeggen dat alles in de natuur aselect en onvoorspelbaar is, en dat we nooit precies weten de gevolgen van verstoringen zijn. |
De mythen van de natuur worden wel gebruikt om de perceptie van het broeikaseffect en klimaatverandering van een bepaalde persoon uit te leggen. Volgens de eerste mythe zou een persoon niets doen aan klimaatverandering, omdat hij/ zij gelooft dat het evenwicht zichzelf herstelt. Volgens de tweede mythe zou een persoon juist vinden dat klimaatverandering een gevaarlijk verschijnsel is, en zou hij/ zij er iets aan willen doen om te voorkomen dat de natuur onherstelbaar verstoord wordt. Volgens de derde mythe zou een persoon wel wat actie ondernemen, maar dat zou niet zo extreem zijn als volgens de tweede mythe. Volgens de vierde mythe heeft niemand enig idee wat er gaat gebeuren en moeten we het maar gewoon afwachten. De vier mythen van de natuur verdelen mensen in vier verschillende typen naar gelang de perceptie: Robuuste-natuur typen staan bekend als individualisten. Dit zijn mensen die vooral bezig zijn met zelfvervulling, relatief weinig afhankelijk van anderen. Ze willen de controle hebben over de natuur om zich heen en over andere mensen. Dit zijn meestal economen die rijkdom zien als een belangrijke bepalende factor voor geluk. De Verenigde Staten is een typisch voorbeeld van een land met een individualistische overheid. Kwetsbare-natuur typen staan bekend als egalitairen. Deze mensen zijn trouw aan elkaar en de natuur om hen heen, en hechten grote waarde aan de wetten der natuur. Democratie is erg van belang voor egalitairen. Ze sluiten zich vaak aan bij milieu-pressiegroepen om de politiek te beïnvloeden. Enkele bekende Greenpeace activisten zijn typische egalitairen.
Tolerante-natuur typen staan bekend als hiërarchisten. Deze worden getypeerd door een compromiserende, sociale houding en uitgebreide sociale netwerken. Hiërarchisten proberen vaak milieuprolemen op te lossen door emissienormen te introduceren voor verontreinigingen, en wetgeving voor omgeving-bedreigende activiteiten. Nederland is een typisch voorbeeld van een land met een hiërarchistische overheid. Grillige-natuur typen staan bekend als fatalisten. Ze doen meestal niet mee aan politieke discussies over milieu en andere onderwerpen, omdat ze geloven dat niemand kan voorspellen wat de toekomst zal brengen. Ze hebben weinig controle over hun eigen leven en denken dat het nutteloos is te proberen je eigen lot in handen te krijgen. Mensen in ontwikkelingslanden zijn vaak fatalisten, omdat ze geen controle hebben over de kwaliteit van hun eigen leven.
Iemand perceptie van zijn eigen omgeving bepaald hoe iemand de wereld ziet. Dit vertaalt zich in een beeld van de realiteit, bestaande uit de structuur van de realiteit en de relatie tussen mens en milieu. De relatie tussen mens en milieu is te verdelen in drie opvattingen; antropogeen, ecocentrisch en als partnerschap. Deze drie opvattingen leiden tot verschillende houdingen ten opzichte van risico's. Antrogenen zien de natuur hoofdzakelijk als iets dat bestaat uit bronnen die geëxploiteerd moeten worden. Alles in de natuur heeft een waarde naar gelang de winst die ermee te behalen is. Er zijn geen grenzen aan groei en mensen hebben een eindeloos vertrouwen in technologie. De fundamentele houding ten opzichte van de natuur is neerbuigend. Deze houding is typerend voor door individualisten, die risico-zoekend zijn. Ecocentrisme ziet de natuur alks iets dat eigen doelen heeft. Wanneer mensen evenwichten niet verstoren worden deze doelen gehaald. De natuur wordt gedefinieerd als een complex geheel dat zichzelf regelt. Mensen zijn een onderdeel va het grotere geheel. De fundamentele houding ten opzichte van de natuur is deelnemend. Deze houding is typerend voor egalitairen, die risico-voorkomend zijn. Partnershap is een minder extreme houding ten opzichte van de relatie mens/ natuur. De aarde wordt gezien als een geheel, waarin de mens en de natuur eenzelfde waarde hebben. De nadruk wordt gelegd op wederzijdse afhankelijkheid van mens en natuur. De fundamentele houding ten opzichte van de natuur is samenwerking, oftewel balans. Deze houding is typerend voor hiërarchisten, die risico-accepterend zijn.
Of iemand een individualist, een egalitair of een hiërarchist is heeft een belangrijke invloed op zijn of haar perceptie van klimaatverandering, zoals eerder al werd genoemd. Dit komt ook naar voren in Tabel 1. Table 1: perspectieven toegepast op klimaatverandering | | Individualist | Egalitair | Hiërarchist | | Perceptie van het probleem | Milieu past zich aan | Catastrofale bedreiging | Waarschijnlijk bedreiging | | Veranderingen bodemvochtigheid | Komt niet voor | Komt niet voor | Versterkend effect | | Migratie ecosystemen | Komt niet voor | Komt niet voor | Versterkend effect | | Temperatuur feedback op respiratie planten | Miniem effect | Belangrijk versterkend effect | Klein effect | | Temperatuur feedback op primaire productie | Klimaatverandering geen effect | Alleen kleine temperatuurveranderingen effect | Toename productie binnen bepaald domein | | Rol van sulfaat aerosolen | Belangrijk effect | Ongewenst effect (verzuring) | Klein effect op radiative forcing | | Rol van waterdamp | Minieme versterkende feedback | Belangrijk versterkend effect | Verstekend effect | | Rol van wolken | Verminderend effect | Versterkend effect | Komt niet voor | | Beleidsmaatregelen | Geen klimaatbeleid | Drastische sociale, culturele en institutionele veranderingen | No-regret maatregelen and end-of-pipe technologie |
Ieder wereldbeeld leidt tot een bepaalde management stijl, dat wil zeggen een benadering van milieuproblemen met bepaalde beleidsinstrumenten: Individualisten hebben een adaptieve management stijl. Ze denken dat de natuur veel kan hebben en de verstoringen die ze veroorzaken hebben een groot effect op hun omgeving. Ze gaan pas oplossingen voor problemen zoeken wanneer deze duidelijk naar vorne komen. Beleidsinstrumenten zijn communicatieve en educatieve programma's en research & development (technologie). Egalitairen hebben een preventieve management stijl. Ze geloven dat iedere verstoring een ernstig effect heeft op de omgeving en voeren daarom een 'better safe than sorry' beleid. Beleidsinstrumenten zijn financiële initiatieven, research & development en demonstraties. Hiërarchisten hebben een controle management stijl. De overheid en andere instanties introduceren milieunormen, waaraan wordt voldaan door middel van reiniging en herstel maatregelen. Beleidsinstrumenten zijn regulering en financiële initiatieven. Fatalisten hebben geen management stijl, omdat ze zich buiten het politieke proces houden.
De management stijl van een land is niet altijd de stijl die past bij een bepaald wereldbeeld. Wanneer de management stijl en het wereldbeeld bij elkaar horen, heet dat een utopie. Wanneer het wereldbeeld en de manegement stijl op de een of andere manier verschillen, heet dat een dystopie. De combinatie wereldbeeld/ management stijl beïnvloed de wijze waarop een land omgaat met milieuproblemen zoals klimaatverandering. Probeer eens te denken aan een bepaald milieuprobleem. Hoe zou jou land daarop reageren? Ben je het daarmee eens, of heb je misschien een ander perspectief dan je regering? Bronnen Asselt, M.B.A. van, Rotmans, J., Uncertainty in Perspective. Global Env. Change 1996, Vol. 6, No. 2, p. 121-157 Janssen, M.A. and Carpenter, S.R., Managing the Resilience of Lakes: a Multi-agent Modeling Approach. Conservation Ecology, 1999 volume 2 Located on: http://www.ecologyandsociety.org/vol3/iss2/art15/main.html (22/7/2005) Maslin, M., Global Warming, a very short introduction. Oxford University Press, Oxford 2004 Gerelateerde pagina's Beschrijving van het broeikaseffect Fossiele brandstoffen: eigenschappen en ontstaan Broeikasgassen: emissies en infrarood absorptie Geschiedenis van het broeikaseffect Uitleg van de IPCC-SRES scenario's De IPCC-SRES scenario's: oorzaken van klimaatverandering De IPCC-SRES scenario's: gevolgen van klimaatverandering Overzicht van emissiereducties per land onder Kyoto Mogelijke beleidsmaatregelen om Kyoto doelen te halen Emissierechtenhandel voor behalen van Kyoto doelen Discussie omtrent het broeikaseffect Nieuws en onderzoek betreffende het broeikaseffect |