|
De Europese Commissie werkt al enige tijd aan een nieuwe zwemwaterrichtlijn. In de richtlijn worden naar verwachting de normen voor zwemwater op basis van de bacteriën E. coli en intestinale enterococcen aangescherpt. Doordat de normen worden aangescherpt, zullen in de toekomst veel minder zwemlocaties hieraan voldoen. Er zullen op veel locaties dan ook extra maatregelen moeten worden getroffen om het zwemwater schoon te krijgen. RIZA heeft verkennende studies gedaan naar toekomstige probleemlocaties bij aanscherping van de richtlijn en kosteneffectiviteitsanalyses uitgevoerd. Verder is een nationale enquête gehouden, om de beleving en waardering van schoner zwemwater in Nederland te toetsen. Alle studies en onderzoeken zijn vervolgens samengevat in een kosten-baten analyse.
De kosteneffectiviteitsanalyse van RIZA wordt uitgevoerd middels het toetsen van dertig willekeurig gekozen locaties op verspreidingsroutes en de kosten van maatregelen tegen bronnen en verspreidingsroutes van bacteriële verontreiniging. Ook wordt gekeken naar kosten om het gezondheidsrisico van bacteriële verontreiniging te verminderen. Men wil dit met name doen door maatregelen te nemen aan bergingscapaciteit en effluentkwaliteit van het riool, zodat bij zware regenval de overstorten geen problemen meer veroorzaken.
Maar de maatregelen zijn erg locatiespecifiek, vanwege de verschillen in eigenschappen van het zwemwater en het riool. Verder zijn maatregelen moeilijk te specificeren omdat de oorzaken van verontreinigingen vooral diffuse bronnen betreffen. Deze bronnen zijn vaak niet te identificeren, of liggen buiten het beheersbare gebied van de waterbeheerder. Voor de locaties waarbij de maatregelen wel te specificeren zijn ligt een oplossing toch vaak niet voor de hand, vanwege het hoge aantal ongeïdentificeerde bronnen.
In ongeveer de helft van de door RIZA onderzochte gevallen kunnen specifieke brongerichte maatregelen worden getroffen om in de toekomst aan de stengere zwemwaterrichtlijn te voldoen. Dat geldt vooral voor stilstaande zoete wateren. De maatregelen betreffen onder andere doorstroming van het water, en behandeling met UV-straling. Maar op veel locaties is de omvang van het gebied met bacteriële verontreiniging of het aantal potentiële bronnen te groot om specifieke maatregelen te treffen.
De kosten voor heel Nederland voor locaties waarbij specifieke maatregelen kunnen worden genomen aan water en riool worden geschat op ongeveer veertien en een half miljoen euro, plus twee en een half miljoen euro aan jaarlijkse exploitatiekosten.
Middels de nationale enquête is de maatschappelijke relevantie en urgentie van schoner zwemwater bepaald, door mensen te confronteren met de kosten en te toetsen of men deze de moeite waard vond. Er wordt tevens informatie verkregen over het belang dat men hecht aan de risico's die zwemmen in openbaar water met zich meebrengt.
Uit de enquête is gebleken, dat men zeewater over het algemeen veiliger acht dan zoete binnenwateren. Men veronderstelt dat de gezonheidsrisico's van zwemmen in zeewater lager zijn. Veel mensen zijn zich er helemaal niet van bewust dat er risico's verbonden zijn aan zwemmen in de zee.
Ongeveer vijftien procent van de zwemmers heeft weleens gezondheidklachten ervaren en een groot deel hiervan is daar ook mee naar de dokter geweest. De meeste mensen vinden het belangrijk geïnformeerd te worden over de zwemwaterkwaliteit, bijvoorbeeld middels waarschuwingsborden.
De belangrijkste bevinding van de enquêteurs is dat Nederlanders het erg vinden niet te kunnen zwemmen vanwege slechte waterkwaliteit en dat een meerderheid bereid is om extra belasting te betalen om de zwemwaterkwaliteit te verbeteren. Ook personen die nooit in open water zwemmen blijken bereid meer te betalen voor schoner zwemwater in Nederland; gemiddeld zo'n 35 to 40 euro per jaar.
Wanneer heel Nederland meer belasting gaat betalen voor de verbetering van de zwemwaterkwaliteit, worden de kosten ruimschoots overtroffen, uitgegaan van het bedrag dat de meeste personen bereid zijn te betalen. De extra belasting zou resulteren in een totale economische waarde van tussen 170 en 215 miljoen euro per jaar.
We moeten echter in ons achterhoofd houden, dat deze opbrengst slechts een indicatie is. Daarnaast zouden de kosten uiteindelijk ook hoger kunnen komen te liggen, want de onbetrouwbaarheid van de gebruikte getallen is groot. De kosten zijn met name van toepassing op zoete binnenwateren en puntbronnen. Deze leveren lagere kosten op dan zeewater en diffuse bronnen. Voor die categoriën zal meer veldonderzoek moeten komen naar bronnen en verspreidingsrisico's. Bij werkelijk veldonderzoek zouden ook virussen en algen moeten worden betrokken, daar deze bij dit onderzoek buiten beschouwing zijn gelaten. Al deze punten leveren extra kosten op.
Aan de andere kant heeft men tijdens de studies niet gekeken naar de mogelijkheid om via aanpak van diffuse bronnen de zwemwaterproblemetiek van meerdere locaties op te lossen. Dit kan in de praktijk een goede mogelijkheid zijn om kosten te besparen.
Uit de betalingsbereidheid van Nederlanders blijkt wel dat de kosten voor maatregelen nog een eind hoger zouden mogen oplopen. Dit is gunstig, vooral wanneer men kijkt naar het aantal zwemmers per jaar in Nederland, geschat op een miljoen zwemmers per jaar, die door adequate maatregelen beter beschermd worden.
Bronnen:
- H2O magazine (No. 13 jaargang 36), 27 juni 2003
- www.riza.nl
Ook op deze site:
- Artikel over de waterkwaliteit van
de Noordzee
- Artikel over de tegenstelling in de
meing van de ANWB en de EC over Nederlandse zwemwaterkwaliteit
- Artikel over de bijdrage
van riooloverstorten aan verontreiniging van zwemwater met fecale
bacteriën |