De individuele burger kan veel bijdragen aan een beter milieu. Maar de West-Europeaan kan de auto, de vakanties en het eigen huis moeilijk weerstaan. Intussen nemen de nieuwe Europese lidstaten langzaam de westerse levensstijl over. De uitstoot van kooldioxide neemt daar snel toe.
Ir. F. Langeweg van het Milieu- en Natuur Planbureau van het RIVM (Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu) in Bilthoven stipt aan dat het gedrag van de individuele burger een van de bepalende factoren is voor de toestand van het milieu. Hij is van mening, dat de huidige markteconomie erg slecht is voor het milieu, omdat de burger gestimuleerd wordt om steeds meer te consumeren en eigenlijk zelden wordt aangesproken op het gedrag. Dezelfde conclusie wordt getrokken door het EEA (Europees Milieuagentschap) in het rapport Het Milieu in Europa: De Derde Balans. Zolang de economie blijft draaien op milieubelastende activiteiten en men niet voor duurzame alternatieven zorgt, zal er volgens het agentschap op het gebied van milieu steeds meer verloren gaan.
Het falen van Rio
De doelstelling van de conferentie van Rio de Janeiro in 1992 om economie, verbeteren van sociaal-maatschappelijke omstandigheden en geen verdere verslechtering van het milieu te combineren is niet gehaald. Volgens Langeweg zit dat er voorlopig ook niet in, omdat Europa de economie nog steeds vooropstelt. Milieu wordt nog altijd als de doelstelling met de minste prioriteit gezien. Er zijn de afgelopen decennia slechts op een beperkt aantal gebieden verbeteringen geboekt. De uitstoot van ozonlaag aantastende gassen is teruggedrongen en er zijn nieuwe richtlijnen voor bescherming van zeldzame plant- en diersoorten. Echter, op veel andere gebieden is nauwelijks verbetering te zien. De afvalproductie is niet verminderd, er is sprake van ernstige belasting van natuurgebieden en kustgebieden door toeristen en de overbevissing en milieubelasting door (uitbreiding van) het wegennet en de energieproductie blijven belangrijke factoren.
Oost-Europa
Volgens ir. K. Wieringa van het team Luchtkwaliteit en Europese Duurzaamheid van het RIVM is er in Oost-Europa nu ook een serieus probleem ontstaan, omdat daar veel milieu-problemen op gang komen, die verergerd worden door milieu-problemen die nog niet opgelost zijn. Zo komen er bijvoorbeeld, net als in West-Europa, steeds meer auto's bij. Maar in Oost-Europa wordt dat probleem versterkt omdat veel auto's daar nog op loodhoudende benzine rijden. Omdat de Oost-Europese economie steeds meer richting de westerse groeit, zullen veel landen die hard aan de slag zijn gegaan om de CO2-uitstoot te verlagen, nu toch hun Kyoto-doelstelling niet halen. De grootste oorzaak hiervoor is de individualisering, want iedereen wil bijvoorbeeld zelf een auto bezitten. De westerse landen kunnen weinig doen aan de ontwikkelingen in Oost-Europa. We kunnen hen immers niet een ontwikkeling gaan verbieden die we zelf ook hebben doorgemaakt.
De burger en het milieu
Hoeveel de burger bijdraagt aan de achteruitgang van het milieu is moeilijk uit te drukken. De burger onderschat duidelijk zijn rol in de milieu-problematiek en richt meestal de vinger op de industrie.
Er zijn drie verschillende oorzaken aan te wijzen voor het gedrag van de burger jegens het milieu. - Allereerst heeft de burger, hoewel dit in landbouw en industrie wel duidelijk zichtbaar is, de economische groei nog niet los kunnen koppelen van hogere milieubelasting. Meer inkomen leidt nog steeds tot meer verbruik en meer afval. - Verder maken overheden wel afspraken met fabrikanten om de uitstoot van hun productie en producten te beperken, maar laten het na ook de burger hierop aan te spreken. Alle milieuregelingen die de overheden treffen gaan erg langzaam en ze boeken weinig resultaten. - De burger ontkent niet, dat een groot deel van de problemen worden veroorzaakt door zijn verbruiksniveau en afvalproductie. Echter, burgers zijn pas bereid actie te ondernemen als anderen dat ook doen. De leus 'een beter milieu begint bij jezelf' lijkt zo ineens weinig waarde meer te hebben.
Meer huishoudens als oorzaak van milieu-problemen
Het misverstand bestaat, dat de bevolkingsgroei de grootste oorzaak voor de milieu-problematiek vormt. Maar volgens Paul Ehrlich van de Stanford University zullen de problemen niet zijn opgelost wanneer de bevolkingsgroei stopt, want de vraag naar ruimte blijft groeien omdat huishoudens steeds kleiner worden. De oorzaken daarvoor zijn, dat familie niet langer bij elkaar inwoont, er meer echtscheidingen plaatsvinden en meer mensen zich een eigen huis kunnen veroorloven. De groeiende vraag naar ruimte vormt een serieuze bedreiging voor de biodiversiteit, omdat steeds meer natuur wordt opgeofferd voor de bouw van nieuwe wijken en steden. Iedere woning heeft zijn eigen voorzieningen voor energie en water, zodat het verbuik en de uitstoot toenemen met het aantal huishoudens. Het blijkt ook nog eens, dat dit effect het grootst is in landen die de meeste natuurgebieden en de grootste biodiversiteit bezitten. En dit terwijl in deze landen vaak de bevolking al lange tijd niet meer groeit.
De conclusie blijft voorlopig hetzelfde: Omdat Europa de leidende kenniseconomie wil verkrijgen, ondanks de verminderde economie van dit moment, slaat de balans van schoon milieu en verbuiken/ uitstoten nog steeds door ten nadele van het milieu.
Bron: NRC-Handelsblad van zaterdag 24 en zondag 25 mei 2003 Bekijk nu onze pagina over de ontwikkeling van de milieubeweging |