|
Een hoge concentratie carbonaat (CO3-)
en bicarbonaat (HCO3-) verhoogt de NAR index (rond
>3-4 mEq/L of >180-240 mg/L).
Dat komt doordat:
Bicarbonaat en carbonaat ionen reageren met
calcium of
magnesium en
precipiteren in de bodemoplossing als calciumcarbonaat (CaCO3)
of magnesiumcarbonaat (MgCO3) onder droge omstandigheden.
De Ca en Mg concentratie neemt af ten opzichte van de
natrium concentratie
en de NAR index neemt toe. Dit veroorzaakt een alkaliserend effect,
waardoor de pH toeneemt. Wanneer wateranalyse een hoge pH aangeeft kan
dat een teken zijn dat bovengenoemde reacties optreden.
Natrium bicarbonaat residu (NBR)
Het NBR heft de volgende formule:
NBR = (CO3- + HCO3-) - (Ca2+
+ Mg2+)
Het is een alternatieve manier om de natrium concentratie uit te drukken
ten opzichte van de Mg en Ca concentraties. Deze waarde kan worden
opgenomen in waterkwaliteitsrapporten, maar wordt niet vaak toegepast.
Als de NBR < 1,25 is het water veilig
Als de NBR > 2,5 is het water ongeschikt voor irrigatie
|
Bicarbonate (HCO3) risico van
irrigatiewater (meq/L) |
|
|
Geen |
Ligt tot gemiddeld |
Hoog |
|
(meq/L) |
<1,5 |
1,5-7,5 |
>7,5 |
|
NBR |
<1,25 |
1,25 to 2,5 |
>2,5 |
Manieren om het (bi)carbonaatprobleem op te lossen:
- Injectie van zwavelzuur om bicarbonaationen te dissociëren (pH rond
6,2), zodat kooldioxide wordt afgestaan. Calcium en magnesium blijven
dan in oplossing
- Gypsum toevoegen als bodems weinig vrij calcium bevatten en uitspoelen
- Zwavel toevoegen aan bodems met een hoog kalkgehalte en uitspoeling
Aanverwante pagina’s
Irrigatie waterkwaliteit
Laboratorium analyse van irrigatiewater
Nutriënten in irrigatiewater
Zoutgehalte van irrigatiewater
NAR van irrigatiewater
Toxische ionen in irrigatiewater |